Violist Niek Baar

Hoe een verlegen violist toch achter zijn viool vandaan kwam

Van brutaal jochie dat op de tafel sprong om viool te spelen naar timide solist. Niek Baar ging door alle stadia van onzekerheid en podiumvrees. Nu is er balans.

Peter van der Lint voor dagblad Trouw

Terwijl violist Niek Baar in 2018 tijdens de finale van het Nationaal Vioolconcours Oskar Back het laatste deel van Schumanns Vioolconcert aan het spelen is, denkt hij moedeloos: ‘Ik stop ermee, het wordt niks’. Hij speelt zijn lievelingsconcert met de moed der wanhoop toch uit, en wordt vervolgens door de jury uitgeroepen tot winnaar. Een carrière als solist ligt in het verschiet, en dat lukt, al wordt die carrière gehinderd door twijfels, verlegenheid en podiumvrees.

Baar wil openhartig praten over waar hij als solist allemaal tegenaan loopt, hoe je met kritiek omgaat en hoe je weer plezier krijgt in het vioolspelen. Hij doet dat aan de vooravond van een van zijn weinige optredens in Nederland. Baar speelt zes keer de beroemde chaconne uit Bachs Tweede partita voor soloviool in de enscenering van Die Passagierin. De opera van Mieczyslaw Weinberg gaat vrijdag bij De Nationale Opera in première.

Violist en viool worden in elkaar geslagen

Weinbergs opera gaat over een voormalig SS-kampbewaakster in Auschwitz die in 1960 op een oceaanstomer op weg naar Brazilië een Joodse gevangene van toen tegenkomt, waardoor heden en verleden door elkaar heen gaan lopen.

In dat verleden krijgt violist Tadeusz in het kamp van een nazi-commandant het bevel om ter vermaak iets te spelen. In plaats van een aangename, lichte wals speelt de Joodse violist uit verzet de chaconne van Bach, waarop hij én zijn viool in elkaar worden geslagen.

“Het zijn maar 45 maten van Bachs muziek”, legt Baar uit, die net terugkomt van een eerste soort doorlooprepetitie. “Maar het wordt volgens mij mooi. Weinberg heeft Bachs chaconne uitgeschreven in de partituur van zijn opera, en bij de laatste maten laat hij andere strijkers meespelen.

Daarna worden de violist en zijn viool in elkaar geslagen – een stand-in met een nepviool uiteraard. Ik ben blij met deze ervaring, iets totaal anders dan wat ik normaal doe.

“Het Nederlands Philharmonisch had specifiek om mij gevraagd”, vertelt hij ietwat verbaasd. Om er meteen wat lacherig aan toe te voegen: “Maar er zijn niet heel veel Nederlandse, mannelijke solo-violisten natuurlijk”.

Lacherig, maar gedecideerd doet hij ook over de oproep die hij kreeg van de opera om zich bij de pruikenmaker te melden. “Ik heb meteen gezegd dat ik het niet zou doen als ik een pruik op moest. En al helemaal niet als ik mijn baard zou moeten afscheren.”

Baars baard is een dingetje

Zo! Hoezo verlegen? Baars baard is dan ook wel een dingetje. Omdat hij de laatste jaren hier zo mondjesmaat concerten kreeg, vroeg hij aan zijn Nederlandse management of ze naar hem toe heel eerlijk wilden zijn over de redenen waarom verschillende concertorganisatoren zijn voorgestelde projecten afwezen. ‘Hij is te verlegen’, was een van die redenen, of: ‘Hij komt zo streng over’, en ‘Het is niet mijn soort muzikant’. Maar de meest bizarre van allemaal was: ‘Ik heb liever dat zijn baardje eraf gaat’. Totaal geen muzikale redenen dus.

“Bij die opmerking over mijn baard dacht ik wel: hoezo? Zo’n reactie is niet te begrijpen, en nogal frustrerend. Maar ik heb geleerd om het niet te serieus te nemen. Het is oké dat niet iedereen jou ziet zitten, je moet het niet persoonlijk opvatten.

“Ik heb zelf ook te weinig oor gehad voor wat concertorganisatoren willen programmeren in hun zalen. Als je niet zo bekend bent als Janine Jansen dan bepalen de zalen het programma, en niet jij. Zij moeten immers de kaarten verkopen. Duitsland is wat dat betreft traditioneler. Een avond met alleen maar muziek van Beethoven is daar heel normaal, en de zaal verkoopt geheid uit. In Nederland wordt meer gedacht vanuit de zaal die vol moet, ook omdat er minder geld voor is dan in Duitsland.

Die slechte recensie klopte

“De Oskar Back-prijs heeft veel voor mij gedaan. In die eerste zomer erna mocht ik op allerlei festivals hier komen spelen. In één week wel vier concerten. Op de Zeister Muziekdagen vroegen ze mij in die periode of ik de Vioolsonate van Debussy wilde spelen. Ik dacht: dat lukt me wel, maar het ging niet goed. Voor dat concert kreeg ik een slechte recensie, en ik dacht dat de wereld verging. Maar nu weet ik, die recensie, die klopte, want Debussy was op dat moment niet mijn muziek.

Tegenwoordig denk ik goed na over wat ik wil spelen, en waar ik dat speel. Daar houd ik me nu aan vast, maar toen begon ik pas net, en dan weet je nog niks.”

Baar vertelt dat hij als jongetje totaal niet verlegen was. “Ik was volgens mij niet zo’n lief kind, meer een brutale aap. Ik speelde overal viool, en sprong gewoon ergens op tafel en ging daar zonder gêne staan. Toen ik naar Berlijn ging om te studeren aan de Hochschule für Musik Hanns Eisler is dat brutale er wel van af geschaafd. Er auditeerden 160 violisten voor maar 12 plekken.

“Mijn leraar in Berlijn keek met een vergrootglas naar elke maat die ik speelde. Van de weeromstuit durfde ik totaal geen risico’s te nemen, het moest perfect zijn. Ik had toen geen podiumangst, maar was wel veel te voorzichtig. Timide. Ik wilde niet te veel ruimte innemen, verheugde me nooit op een concert, en was tijdens het spelen mezelf voortdurend aan het bekritiseren.

“Ik werd dus een verlegen violist, en in de coronatijd ging ik, net als veel podiumkunstenaars, nadenken over wat ik aan het doen was. Onzekerheid. In die periode ontwikkelde ik ook podiumvrees. Dat nadenken gaat in de weg zitten, en dat bleek een valkuil. Ik kroop weg achter mijn viool, en ook al werd een optreden goed ontvangen, dan nóg voelde ik mij onzeker.

“Ik heb daar met mijn mentor, dirigent Christoph Poppen, veel over gesproken. Hij heeft dat mentale gedeelte helemaal met mij doorgenomen. Hij raadde me aan om tijdens het studeren eerst een boel dingen die ertoe doen tijdens een concert te visualiseren: het orkest, de zaal, het publiek. En dat dan vervolgens te koppelen aan een emotie. Daar was ik voorheen veel te weinig mee bezig. Ik was alleen maar aan het studeren, studeren. Vaak tot diep in de nacht.

Ik wilde gewoon een beetje viool spelen

“Isabelle Faust is een van mijn voorbeelden. Ik ken haar een beetje. Als je haar agenda ziet, da’s niet normaal. Maar zij denkt zo goed na over wat ze speelt, en wanneer. Ze doet één nieuw concert per jaar, en probeert dat eerst uit in wat kleinere zaaltjes.

“Planning. Dat zijn zaken waar ik eerst helemaal niet over nadacht. Faust raadde me aan om een keertje met haar manager te praten. Die zei na het gesprek dat hij me op dát moment niet als artiest zou nemen, omdat ik niet precies wist wat ik wilde. Daar snapte ik toen niets van. Nu wel. Ik wilde toen gewoon een beetje viool spelen, maar dat werkt niet.”

‘Mijn naasten zeggen nu dat ze het kunnen horen, en dat ik nu soms té expressief ben’

Baar kan nu genieten van de muziek, zonder dat hij de hele tijd aan de techniek denkt. En hij durft nu meer achter ideeën aan te gaan. “Mijn naasten zeggen nu dat ze het kunnen horen, en dat ik nu soms té expressief ben. Dat is het mooie aan dit beroep, je persoonlijkheid valt samen met de muziek.

“Over een paar jaar denk ik zelf misschien ook wel dat ik nu te veel doe. Mijn doel is om het pad waar ik nu ben uit te breiden. Met meer rust en meer planning. Ik zou het Vioolconcert van Schumann, mijn lijfstuk, graag nog vaker spelen, omdat ik voel dat ik daar wat in te zeggen heb.

“Ik houd de laatste tijd erg van Duitse, romantische muziek. Van Schumann, Bruch, maar ook van Wagner en Bruckner. Ik droom weleens over een Fantasie voor viool en orkest van Bruckner. Dat stuk bestaat helemaal niet. Maar in mijn droom begint het echt op z’n bruckneriaans, met veel hoorns. En altijd, vlak voordat ik als solist moet inzetten, word ik wakker.

“Ik denk al een tijdje na over het opnemen van het Vioolconcert van Siegfried Wagner – de zoon van. En dan gekoppeld aan de concerten van Strauss en Röntgen. En ja, ik zou graag vaker in Nederland spelen, omdat het hier zoveel losser is dan in het serieuze Duitsland. Maar ik probeer me daarover minder druk te maken. In het moment gelukkig zijn.”

De première van ‘Die Passagierin’ bij De Nationale Opera is op 17 april. Op 18 april speelt Baar Beethovens ‘Tripelconcert’ in De Doelen bij Sinfonia Rotterdam olv Conrad van Alpen, met Sandra Lied Haga (cello) en Alexander Yakovlev (piano). Info: operaballet.nl en dedoelen.nl

Wie is Niek Baar?

Niek Baar (Rotterdam, 1991) studeerde in Den Haag en Berlijn. In 2018 won hij het Nationaal Vioolconcours Oskar Back. Baar was finalist van het Internationaler Johann-Sebastian-Bach-Wettbewerb, het International Bach Concours in London en het Prinses Christina Concours. Ook werd hem in 2015 de Kersjes van de Groenekan Prijs toegekend.

Baar bespeelt een viool gebouwd door Carlo Bergonzi uit het jaar 1729, hem in bruikleen gegeven door de Tjardus Greidanus Stichting te Amsterdam. Baar woont in Berlijn en vormt een vast duo met pianist Ben Kim. Opnamen zijn verschenen bij Channel Classics.