<<Scroll down for English>>

Scroll naar beneden voor het interview van NOOR

Senn (1989) richtte de eerste queer sportschool van Amsterdam op en klaagde de Nederlandse staat aan vanwege de ongelijke behandeling van non-binaire mensen in Nederland.

“Ik wil best kritische vragen beantwoorden over waarom ik heb besloten dit te doen, maar ik ga niet in discussie over mijn eigen identiteit.” 

Dat wordt namelijk geregeld van Senn van Beek verwacht sinds die in het nieuws kwam met diens rechtszaak tegen de Nederlandse staat vanwege de juridische onduidelijkheid omtrent de gendermarker X in het paspoort, in plaats van een M of V. Volwassen transgender personen hebben geen rechterlijke uitspraak meer nodig om hun geslacht te laten wijzigen in het paspoort, maar non-binaire mensen - die zich niet identificeren als man of vrouw, zoals Senn zelf - wel. “Daarnaast spreekt het wetboek uitsluitend van mannen en vrouwen, wat juridische onduidelijkheid voor non-binaire mensen oplevert”, vult Senn aan.

Senn is veel in de media geweest rond de rechtszaak. “Ik heb weleens meegemaakt dat een radio- of tv-programma mij samen wilde interviewen met iemand die niet gelooft dat non-binariteit bestaat. Dat vind ik mensonterend.” Om naar voren te worden geschoven als woordvoerder van een community vindt Senn soms ingewikkeld: “Ik wil best die ruimte innemen om onze zichtbaarheid te vergroten. Maar non-binaire mensen zijn niet alleen maar mensen zoals ik. Ik krijg weleens te horen: ‘Jij bent écht non-binair’. Dan vereenzelvigen ze een androgyn uiterlijk met je niet man of vrouw voelen. Dat zijn verschillende dingen: er zijn ook non-binaire mensen die er volgens de maatschappelijke norm uitzien als een man of een vrouw. Het gaat helemaal niet om hoe ik eruit zie, het gaat om hoe ik me voel.”

De zaak loopt inmiddels vijf jaar. “Ondanks dat ik er niet de hele tijd mee bezig ben, is het erg vermoeiend. Dat zit ‘m vooral in de machteloosheid. Het gaat om míjn identiteit. En ik heb totaal geen controle op het proces of op wanneer er eindelijk een uitspraak is.” 

“Er wordt weleens gezegd: het gaat om zo’n kleine groep mensen. Maar als het makkelijker wordt gemaakt om een X in je paspoort te krijgen, zouden er volgens onderzoek 20.000 Nederlanders overstappen. Dat zijn er veel en waarschijnlijk ligt dat aantal nog hoger. Ik ken veel mensen die graag een X willen maar dat bijvoorbeeld niet aandurven vanwege de veiligheid. Bijvoorbeeld wanneer je naar de VS vliegt, dat slechts twee geslachten erkent.”

Eerste queer gym van Amsterdam
Het besef bij Senn dat die non-binair is kwam rond diens negentiende langzaam op. “Pas vijf jaar later ging ik er echt iets mee doen. In therapie werd me in de tussenliggende periode eens gevraagd: ‘Heb je er weleens over nagedacht dat je misschien een man bent?’ Dat was voor mij een harde nee. Maar dat was wél het enige wat er voorhanden was op dat moment: ‘Als je niet gelukkig bent als vrouw, ben je vast een man’. Door YouTuber Ash Hardell, die in diens video’s over het genderspectrum praatte, leerde ik dat er meer mogelijkheden zijn. De term non-binair kende ik nog niet toen ik er in diens filmpjes over hoorde. Aan mijn toenmalige partner vroeg ik: ‘Zou ik dit misschien ook kunnen zijn?’”

Senn groeide op in Limburg en Brabant en kwam na wat omzwervingen in Amsterdam terecht. “Ik zie hier meer mensen in wie ik mezelf herken. Toch denk ik dat het op sommige plekken buiten de Randstad inclusiever is dan in Amsterdam. Ik heb bijvoorbeeld lang in Breda en Tilburg gewoond, ook daar zijn lokale voorvechters hard aan het werk met het opzetten van queer initiatieven. Vaak is daar een grotere variëteit aan mensen aanwezig, omdat je hier in Amsterdam meer versplintering hebt: verschillende groepen uit de queer community gaan naar verschillende plekken. Buiten de Randstad komt iedereen bij elkaar. Ook omdat je minder queer plekken hebt natuurlijk.”

“We mogen alleen zijn wie we zijn binnen bepaalde hokjes”

“Ik denk dat Amsterdam zo nu en dan achteroverleunt vanwege zijn progressieve imago”, vervolgt Senn. “Het gevoel niet meer te hoeven vechten, want ‘we mogen hier al zijn wie we zijn’. Met het opzetten van mijn queer gym We Are Queer hoorde ik dat dagelijks. Ook vanuit de lhbtqia+-community. Maar we mogen alleen zijn wie we zijn binnen bepaalde hokjes - hokjes waar deze critici zich prettig in voelen.” 

Senn richtte de sportschool - de eerste queer gym van Amsterdam, non-profit en met genderneutrale kleedruimte - in 2022 op en werkte er als coach en algemeen directeur. “Ik ben heel trots dat ik een plek heb gecreëerd waar mensen tot bloei kunnen komen en kunnen ontdekken wat sport kan betekenen voor ze - je goed in je hoofd en in je lijf voelen. Daarnaast ontmoeten mensen vrienden of een partner bij de gym. De gym heeft het queer leven in Amsterdam verrijkt.”

Het idee ontstond doordat Senn zelf tegen veel dingen aanliep met sporten. Dat begon al bij het omkleden. Want dat doe je liever thuis wanneer er in je sportschool alleen mannen- en vrouwenkleedkamers zijn. “Ik voel me veiliger in de dameskleedkamer, maar ik voel me daar óók onprettig omdat ik het gevoel heb dat iemand anders zich minder veilig door mij kan voelen. Ik heb de mannenkleedkamer ook weleens geprobeerd. Daar is meer haantjesgedrag en typische locker room talk, waar ik me evenmin prettig bij voel.”

Dat laatste heeft geregeld tot gevolg dat lhbtqia+-personen zich niet altijd thuisvoelen bij het machogedrag in de gemiddelde gym. Voor mensen in transitie komt daar nog een extra laag bovenop. Senn legt uit: “Als iemand de wens heeft om in transitie te gaan, heb je niet alleen te maken met de fysieke gevolgen van de operaties die je ondergaat, maar ook met die van de hormoonbehandeling. Die heeft een direct effect op hoe jouw lichaam werkt. Dat kan zorgen voor meer of juist minder spiermassa - en beide leiden tot een grote verandering in je lijf. Vergelijk het met de puberteit, dan gaat je lichaam ook allemaal dingen doen die ervoor zorgen dat je je niet zo lekker voelt in je lichaam. En trans personen vóélen zich al niet lekker in hun lichaam. Dus eigenlijk krijgen ze een tijdelijke dubbele dosis daarvan. Onze medewerkers begrijpen dat, soms uit eigen ervaring.” 

“Mijn lijf past nu bij hoe ik me altijd voelde”

“Natuurlijk was ik enthousiast over de veranderingen die in mijn lijf gingen plaatsvinden”, gaat Senn verder, “maar tegelijkertijd had ik geen idee wat er ging gebeuren. Ik wist alleen dat ik niet gelukkig was met mijn lichaam en hoopte dat ik dat over een paar jaar wel zou zijn. Je hebt daar weinig controle over. Met sporten heb je dat meer.”

‘Goeiedag mevrouw’ of ‘goeiedag meneer’
Zelf sportte Senn al veel voordat die in transitie ging. “Ik deed ook mobiliteitsoefeningen, waarbij je focust op lenigheid en houding. Als je fit bent, kun je zo snel mogelijk herstellen na een operatie. Bovendien zorgt de spiermassa op mijn borst ervoor dat de chirurg een incisie in een spierlijn kan plaatsen. Daardoor zit het litteken in de vouw en is het minder zichtbaar.” Senn benadrukt: volledig maakbaar is het nooit. “Zet zes mensen op rij die allemaal dezelfde levensstijl hebben en allemaal even veel sporten en dan nog zal ieder lichaam er anders uitzien.”

Senn is zelf eerder dit jaar gestopt bij We Are Queer. “Ik heb jarenlang tientallen ballen hoog gehouden, maar ontdekte gaandeweg dat ik te weinig ruimte voor mezelf overhield”, zegt die. “Het was prachtig om iets op te zetten waar zoveel mensen steun aan hebben. Maar ik zag ook dat hun leven voor een stukje afhankelijk werd van de plek die wij hadden gemaakt. Om die verantwoordelijkheid te dragen vond ik zwaar. Ik kon het niet meer loslaten: ‘Ik moet het goed doen, ik moet het nog beter maken, het moet voor iedereen die betrokken is een fijne plek zijn.’ Ik droeg het helemaal niet in mijn eentje, maar zo voelde het in mijn hoofd wel. Ik haalde er zelf weinig vreugde meer uit.”

Zelf sport die inmiddels in Noord, dichterbij diens huis. “Bij die gym waren er twee aangrenzende douches met daarop een mannen- en vrouwenbordje. Ik heb toen voorgesteld het bordje weg te halen, want echt gescheiden waren de douches toch al niet. De dag erna was het verdwenen.”

“Ik ben inmiddels op het punt dat ik inzie dat de maatschappij niet zo snel verandert”

“Sinds ik me identificeer als non-binair, voel ik me fijn over mezelf, fijn in mijn lijf. Ik wéét wie ik ben. Dat had ik nooit zo kunnen bereiken als ik niet in transitie was gegaan. Mijn lijf past nu bij hoe ik me altijd voelde.”

Senn voelt zich niet per se anders dan voorheen, voegt die toe. “Maar ik voel me wel geaccepteerd. Door mezelf, en door de mensen om me heen, doordat zij mij aanspreken met de juiste voornaamwoorden. Net zoals bij cis personen.”

Zo makkelijk gaat het helaas niet altijd. “Met Koningsdag dit jaar liep ik een coffeeshop binnen omdat ik moest plassen. Ik kreeg de sleutel van de mannen-wc, maar daar was alleen een urinoir. Het duurde een eeuwigheid om uit te leggen waarom dat niet ging werken. Zoiets is geen op zichzelf staand incident: dit is de realiteit wanneer je non-binair bent.”

Senn vervolgt: “Ik word de ene dag aangesproken met ‘goeiedag mevrouw’, de andere met ‘goeiedag meneer’. Daar heb ik vrede mee wanneer iemand mij niet kent: we leven nou eenmaal in een maatschappij waarin er klaarblijkelijk hokjes moeten worden gemaakt. Vijf jaar geleden zou ik hebben gezegd: ik vind dit ongelofelijk kut. Maar ik ben inmiddels op het punt dat ik inzie dat de maatschappij niet zo snel verandert.”

“Waar ik meer moeite mee heb, is dat mijn verloofde en ik vaak worden gezien als heterokoppel. Dat maakt ons onzichtbaarder voor de queer community en bovendien brengen we onbewust minder onze identiteit naar buiten, omdat dat veiliger voelt. Daar kan ik me weleens boos over maken. We zijn beiden queer en daar heel trots op. Dat valt op zo’n moment weg. Bovendien word ik dan dus gezien als man. En dat ben ik niet.”

Daar staat tegenover dat het koppel op straat weinig met haat te maken krijgt. “Terwijl ik om me heen nooit eerder van zoveel mensen heb gehoord dat ze in het ziekenhuis zijn beland na een misdrijf.” Allies - bondgenoten - hebben een belangrijke rol in het doorbreken van die tendens, vindt Senn. “Als queer mensen vooral andere queers en progressievelingen bereiken, raak je de mensen buiten die bubbel niet. Maar als jouw vader of beste vriendin of buurman met anderen in gesprek gaat, nemen mensen die homo- of transfoob zijn van hen waarschijnlijk meer van aan dan van ons. Ik denk dat we op die manier voor veel meer verandering kunnen zorgen.”

<<English interview>>

Scroll down for the interview with NOOR

Senn (1989) founded Amsterdam's first queer gym and sued the Dutch state over the unequal treatment of non-binary people in the Netherlands.

“I am perfectly willing to answer critical questions about why I decided to do this, but I am not going to debate my own identity.”

This is to be expected of Senn van Beek, ever since they came into the spotlight with their lawsuit against the Dutch state on the legal ambiguity of the gender marker X in the passport, instead of an M (for man, or male) or V (for vrouw, or female). Adult transgender individuals no longer need a court ruling to change the gender marker that appears in their passport, but non-binary people like Senn - who do not identify as male or female - still do. “The law speaks exclusively of men and women, which creates legal ambiguity for non-binary people,” Senn adds.

Senn has appeared prominently in the media since filing the suit. “I have experienced a radio or TV program wanting to interview me alongside someone who doesn’t believe non-binary identity exists. I find that dehumanizing.” Being pushed forward as a spokesperson for a community is sometimes complicated for Senn. “I am perfectly willing to take up that space to increase our visibility. But non-binary people are not just people like me. I am sometimes told: ‘You are truly non-binary.’ They equate an androgynous appearance with not feeling male or female. Those are different things; there are also non-binary people who look like a man or a woman according to societal norms. It isn’t about what I look like at all; it’s about how I feel.”

The court case has gone on for five years now. “Even though I’m not thinking about it all the time, it is very exhausting. That is mainly due to powerlessness. This is about my identity. And I have absolutely no control over the process or when there will finally be a ruling.”

“It is sometimes said: this concerns such a small group of people. But if it became easier to get an X in your passport, research shows that 20,000 Dutch people would make the switch. That is a lot, and the number is likely even higher. I know many people who would love an X but don't dare to, for example, due to safety reasons - for instance, when you fly to the United States, which only recognizes two genders.”

Amsterdam's first queer gym
The realization that they were non-binary gradually dawned on Senn around the age of 19. “It wasn't until five years later that I actually did something with it. During therapy in the intervening period, I was once asked: ‘Have you ever thought that you might be a man?’ That was a hard no for me. But that was the only option available at the time: ‘If you’re not happy as a woman, you must be a man.’ Through YouTuber Ash Hardell, who talked about the gender spectrum in their videos, I learned that there are more possibilities. I didn't know the term non-binary yet when I heard about it on their channel. I asked my partner at the time: ‘Could I maybe be this, too?’”

Senn grew up in Limburg and Noord-Brabant and, after some wandering around, ended up in Amsterdam. “I see more people here in whom I recognize myself. Yet I think it is more inclusive in some places outside the Randstad (the central urban area of the Netherlands) than in Amsterdam. For example, I lived in the southern cities Breda and Tilburg for a long time; local advocates there are also working hard to set up queer initiatives. Often, there is a wider variety of people present there, because here in Amsterdam you have more fragmentation: different groups within the queer community go to different places. Outside the Randstad, everyone comes together, also because you have fewer queer venues, of course.”

“We are only allowed to be who we are within certain boxes”

“I think Amsterdam occasionally rests on its laurels because of its progressive image,” Senn continues. “There is a feeling of no longer having to fight, because ‘we are already allowed to be who we are here.’ When I was setting up my queer gym We Are Queer, I heard that daily, even from within the LGBTQIA+ community. But we are only allowed to be who we are within certain boxes - boxes that our critics feel comfortable with.”

Senn founded the gym - Amsterdam’s first queer gym, non-profit and with a gender-neutral changing room - in 2022, and worked there as a coach and general manager. “I am very proud that I created a place where people can blossom and discover what sport can mean for them - feeling good in your mind and in your body. In addition, people meet friends or a partner at the gym. The gym has enriched queer life in Amsterdam.”

The idea came about because Senn themselves ran into many obstacles while working out. That started with changing clothes, because you'd rather do that at home when your gym only has men's and women's changing rooms. “I feel safer in the women's changing room, but I also feel uncomfortable there because I feel like someone else might feel less safe because of me. I've also tried the men's changing room. There is more alpha-male behavior and typical locker room talk, which I don't feel comfortable with, either.”

The latter means that LGBTQIA+ individuals do not always feel at home with the macho behavior in the average gym. For people in transition, there is an extra layer. Senn explains: “If someone wishes to transition, you don't only have to deal with the physical consequences of the surgeries you undergo, but also with those from hormone treatment. That has a direct effect on how your body works. It can lead to more or less muscle mass, and both lead to a major change in your body. Compare it to puberty, when your body starts doing all kinds of things that make you feel not so great in your body. Trans people already don't feel good in their bodies. So in transition, they actually get a temporary double dose of that. Our staff understands that, sometimes from personal experience.”

“My body now matches how I have always felt”

“Of course I was excited about the changes that were going to take place in my body,” Senn goes on, “but at the same time, I had no idea what was going to happen. I only knew that I wasn't happy with my body and hoped that I would be in a few years. You have little control over that. With sport, you have more control.”

‘Good day, madam’ or ‘Good day, sir’
Senn worked out a lot before transitioning. “I also did mobility exercises, focusing on flexibility and posture. If you are fit, you can recover as quickly as possible after surgery. Furthermore, muscle mass on my chest allows the surgeon to place an incision along a muscle line. As a result, the scar is in the fold and is less visible.” Senn emphasizes: it is never entirely within your control. “Put six people in a row who all have the same lifestyle and all work out just as much, and each body will still look different.”

Senn stepped away from We Are Queer earlier this year. “For years, I kept dozens of balls in the air, but gradually discovered that I was leaving too little room for myself,” they say. “It was beautiful to set up something that so many people found support in. But I also saw that their lives became somewhat dependent on the place we had built. I found that responsibility heavy to carry. I couldn't let it go: ‘I have to do it right, I have to make it even better, it has to be a nice place for everyone involved.’ I wasn't carrying it alone at all, but that's how it felt in my head. I was getting very little joy out of it myself anymore.”

They now work out in Amsterdam-Noord, closer to their home. “At that gym, there were two adjacent showers with a men's and women's sign on them. I suggested removing the signs, since the showers weren't really separated anyway. The next day, they were gone.”

“I have reached the point where I realize society doesn't change that quickly”

“Ever since I began to identify as non-binary, I feel good about myself, good in my body. I know who I am. I could never have achieved that if I hadn't transitioned. My body now matches how I have always felt.”

Senn doesn't necessarily feel different than before, they add. “But I do feel accepted - by myself, and by the people around me, because they address me with the correct pronouns. Just like cisgender people.”

Unfortunately, it doesn't always go that smoothly. “On King's Day this year, I walked into a coffeeshop because I needed to use the restroom. I was given the key to the men's restroom, but there was only a urinal there. It took an eternity to explain why that wasn't going to work. Something like that is not an isolated incident; this is the reality when you are non-binary.”

Senn continues: “One day I am addressed as ‘good day, madam,’ and the next as ‘good day, sir’. I am at peace with that when someone doesn't know me: we simply live in a society where boxes apparently have to be made. Five years ago, I would have said: ‘I find this incredibly awful.’ But I have reached the point where I realize society doesn't change that quickly.”

“What I have more difficulty with is that my fiancée and I are often viewed as a heterosexual couple. That makes us more invisible to the queer community; we unconsciously express our identity less because it feels safer. I can get angry about that sometimes. We are both queer and very proud of it. That is lost in such a moment. Furthermore, I am then viewed as a man. And I am not.”

On the flip side, the couple encounters very little hatred on the street. In contrast, “around me, I have never before heard from so many people that they ended up in the hospital after a hate crime”.  Allies have an important role to play in breaking that trend, Senn believes. “If queer people mainly reach other queers and progressives, you don't reach the people outside that bubble. But if your father, or best friend, or neighbor engages in conversation with others, people who are homophobic or transphobic will probably accept more from them than from us. I think we can create a lot more change that way.”

Interview NOOR

<<Scroll down for English>>

Denk je aan zelfdoding? Bel dan 24/7 gratis en anoniem met 113 of chat op 113.nl

Noor (1958) houdt naast motorrijden ook van stijldansen. Samen met haar partner Agnita speelde ze een belangrijke rol voor de sport bij de Gay Games van 1998 in Amsterdam.


“Ik ben gewoon een wiegepot”, lacht Noor Moussault al vroeg in het gesprek.

Met andere woorden: al in de wieg besefte ze lesbisch te zijn. Al had ze daar als kind nog geen woord voor. “In de brugklas was er een keer een voorlichtingsgroep van het COC op school. Op die dag besefte ik voor het eerst: dit gaat over mij. Ik abonneerde me op hun nieuwsbrief, maar die heb ik nooit ontvangen. Mijn moeder bleek ‘m later weg te gooien. Ik denk dat ze donders goed wist wat het COC was, al heb ik het haar nooit gevraagd. Het is ook niet zo dat mijn moeder in ontkenning was over mijn seksuele oriëntatie. Tijdens de afwas vroeg ze me later een keer op de vrouw af: ben je nou wel of niet lesbisch?”

Ze was zeventien toen ze halverwege de jaren 70 in Amsterdam kwam wonen, direct na de havo. Ze wilde zo snel mogelijk uit huis. “Maar ik kon me niet helemaal losweken van mijn ouders. Van hen moest ik elk weekend thuiskomen. Anders zouden ze mijn studie niet meer betalen.”

Inmiddels is Noor verankerd in de hoofdstedelijke lhbtqia+-gemeenschap, onder meer door haar bijdrages aan Pride en de Gay Games van 1998. Bij Pride organiseert ze motortour Dykes on Bikes, bij de Gay Games droeg ze bij aan de inclusie van stijldansen op het programma. Maar ze moest een lange weg afleggen voor ze hier wortelde. “Ik dacht: ik verhuis naar Amsterdam en dan begint mijn leven. Maar je neemt je rugzakje toch mee.”

Mentrix als levenslijn 
Tijdens haar jeugd in Zaandam was Noor verliefd op menig klasgenoot. “Toen ik in Amsterdam ging studeren bleef dat zo. Ik wist niet wat ik daarmee moest. Mijn verliefdheden gingen altijd snel voorbij, tot ik gevoelens kreeg voor mijn mentrix. Ik schreef haar een brief waarin ik mijn liefde opbiechtte. Zij ging daar goed mee om, en ook met mij. Ze bleek een soort lifeline voor me. Ik zoop me helemaal te pletter in die tijd en zij ving me op, heel liefdevol, zonder ooit misbruik van me te maken. Op een gegeven moment heeft ze me letterlijk van de grond afgeplukt toen ik weer eens lam was. ‘Als je zo doorgaat’, zei ze, ‘gaat het helemaal mis.’”


“Ik heb één hetero vriendinnetje, de rest van mijn vriendinnen is lesbisch”


Noor weet goed waarom ze zoveel dronk in die tijd. “Ik wist me geen raad met mezelf en vond het leven niet bijster leuk. Homoseksualiteit viel destijds nog onder deviant gedrag binnen de psychiatrie. Naast de drank automutileerde ik en één keer heb ik een suïcidepoging gedaan. Ook toen kwam mijn mentrix langs. Zij koppelde me aan een therapeut.” Dat was in die tijd nog verre van gebruikelijk, benadrukt ze. “In de jaren 70 was in therapie zitten gek. En van huis uit was ik niet gewend over mijn gevoelens te praten.”

“Als ik me voor mijn dertigste niet beter voel, dacht ik, dan hou ik ermee op. Dat is gelukt. Het kwam min of meer als verrassing. Hé, wacht eens, dacht ik op een dag, ik voel me eigenlijk best goed.”

Therapie is een terugkerend onderdeel van haar leven - Noor ziet het inmiddels als een soort APK-keuring. Met haar seksualiteit had die uiteindelijk minder te maken dan gedacht. “Dat is er langzaam uit gerold, ik ben het gewoon gaan exploreren en kreeg er vrede mee.” De behandelingen richtten zich met name op het misbruik dat Noor meemaakte in haar jeugd. Ze kan zich er niet alles van herinneren, zo jong was ze toen het begon. In de jaren 80 ging ze aan het werk bij Stichting Tegen Haar Wil, die zich inzette voor slachtoffers van seksueel geweld en misbruik. “Daar zaten veel lesbische dames die heel activistisch waren. Met al die meiden - nou ja, we zijn inmiddels geen meiden meer - ben ik nog steeds bevriend. Ik heb één hetero vriendinnetje. Die ken ik van een oude baan, jaren terug. De rest van mijn vriendinnen is lesbisch.”

Na Stichting Tegen Haar Wil begon Noor een eigen praktijk als therapeut, gespecialiseerd in vrouwen met incestervaring. “Om dat werk te kunnen doen moet je wel eerst je eigen shit opgeruimd hebben. Anders is het onmogelijk.”


“Ik heb het goed met mezelf, ik ga tegenwoordig zelfs met veel plezier alleen op vakantie”


Ze had haar praktijk 25 jaar. “Ik ben ermee gestopt nadat een cliënt van me zichzelf van het leven had beroofd. Verschrikkelijk. In zo’n situatie komt er een grondig onderzoek naar eventuele nalatigheid. Dat was niet zo - ik had alles gelukkig goed gedocumenteerd - maar dat heeft een ontzettende klap gegeven. De eenzaamheid die ik herkende uit mijn jeugd kwam weer naar boven. Ik zat opnieuw in een situatie waarbij ik maar weinig mensen kende die ermee te maken hadden gehad.”

Het is een thema in haar leven, zegt ze, eenzaamheid. De woorden zijn er nog niet uit of Noors stem breekt. Terwijl ze de tranen op haar wangen dept: “Tja, sommige dingen blijf je tot je dood houden.”

“Bijna twee jaar geleden had mijn broer, die in Duitsland woont, nierfalen. Ik besloot een nier aan hem te doneren. Een pittige tijd, want zowel in Nederland als in Duitsland werd ik niet goed door de artsen begeleid, terwijl je wel aan het ene na het andere ingrijpende onderzoek wordt onderworpen. Van kop tot kut werd ik betast, bevoeld, gefotografeerd. Het was een eenzaam traject. Mijn broer ging meteen na de operatie als een speer, ik heb nog steeds klachten. Vermoeidheid vooral, en pijn in het operatiegebied. Het begint beter te worden nu, na weet-ik-hoeveel behandelingen bij een osteopaat.”

Alleen, maar niet eenzaam
Met elke therapie werd haar trauma beter en minder, maar dat wil niet zeggen dat trauma verdwijnt. “In ieder geval weet ik nu waar mijn pijn vandaan komt. Het slaat me niet meer van de wereld. Maar het is wel iets wat me iedere keer mee terugneemt naar het begin.” 

Haast schouderophalend voegt ze toe: “Uiteindelijk ga je ook alleen en eenzaam dood. Dat klinkt naar, maar zo voelt het niet. Ik heb het goed met mezelf. Ik ga tegenwoordig zelfs met veel plezier alleen op vakantie. Alleen, maar niet eenzaam. Een groot verschil.”

Noors partner Agnita, met wie ze sinds eind jaren 80 samen was, overleed in 2017. “Ik heb jaren niet moeten denken aan een relatie na haar overlijden. Inmiddels denk ik: als ik tegen iemand aanloop en het is leuk, dan is het leuk. Maar ernaar zoeken, nee. Ik heb wel eens op een datingsite gekeken. Geen succes. Daten vind ik vaak gezeur en daar heb ik geen zin in. Doen ze moeilijk over het feit dat ik op vakantie met goeie vriendinnen in één kamer slaap. Flikker op, joh. Voor mij is dat normaal.”

Zij en Agnita leerden elkaar kennen op het COC. “Ik vond haar en haar toenmalige vriendin nogal tuttebellen met hun handtasjes en make-up. Heel andere types dan ik, dacht ik. Toen Agnita en ik ’n keer langer in gesprek kwamen, bleken we meer gemeen te hebben dan ik dacht; onder meer de therapievorm die we hadden gedaan.”

De tuttige tasjes heeft ze eruit gekregen, lacht ze. Op een ander vlak kreeg Agnita háár juist mee. “Zij deed aan stijldansen en wilde dat met mij doen. Op school moest ik verplicht op dansles, afschuwelijk vond ik dat. Ik was natuurlijk niet iemand die daar vooraan stond met haar baljurkje.” Toch ging ze voor Agnita overstag. “Ik weet niet meer hoe ze het voor elkaar gekregen heeft, maar op een gegeven moment zei ik ‘ja’. Vervolgens heb je natuurlijk twee potten bij elkaar die allebei wilden leiden. Daarom wisselden we aanvankelijk met een bevriend stel van danspartner. Uiteindelijk heeft ze me zelfs aan het volgen gekregen.” 

De twee gingen na verloop van tijd zelf dansles geven en richtten uiteindelijk hun eigen dansschool op, de enige in de stad enkel voor vrouwen. Daarvoor ontvingen zij het Ereteken van Verdienste van de stad Amsterdam. In 1998 droegen Noor en Agnita eraan bij dat het stijldansen na jaren eindelijk op het programma stond bij de Gay Games, die dat jaar in Amsterdam werden georganiseerd. Bijzonder, want ‘dansen was de enige sport tijdens de spelen waarbij het gay aspect zó ontzettend zichtbaar was’.


“Tot 2007 was alles rond Pride nogal op mannen gericht”


“Agnita en ik hebben zelf met die wedstrijden meegedaan. We droegen onze ouders op te komen kijken. Vooral Agnita’s moeder, die een stuk ouder was, vond het best ingewikkeld. Maar ze was erg onder de indruk van alles wat ze zag. ‘Jullie gaan zo leuk en anders met elkaar om’, zei ze na afloop. Met ‘jullie’ bedoelde ze de homoseksuele medemens.”

Motorrijden is vrijheid
Vanwege Agnita’s reuma stopten ze in 2010 met dansen. Zeven jaar later bleek Agnita uitgezaaide kanker te hebben. “Op 4 augustus 2017 overleed ze. Euthanasie. Ze moest nog 58 worden. Het was de dag vóór de Canal Parade. Ik vind het prettig als 4 augustus gewoon op een maandag valt. Ook omdat ik die dag altijd bloemen voor haar ga leggen bij het Homomonument. Maar in het weekend van Pride is dat natuurlijk één smerige bende.”

Dansen doet Noor niet meer. Dat ligt te gevoelig, zegt ze. Gelukkig is er een andere hobby die ze met veel liefde beoefent: motorrijden. Ze doet het al 45 jaar. “Motorrijden is gezelligheid, buitenzijn, het ultieme gevoel van vrijheid. Vorig jaar ging ik, nadat ik met pensioen ging, op de motor naar Spanje. Ik ben vijf weken weggeweest, zonder van tevoren een einddatum te hebben bedacht.”

Noor is lid van gay motorclub Pink Spirit en organiseert al achttien jaar Dykes on Bikes, een jaarlijkse motortour tijdens de Pride-Week. “De eerste keer waren we met zijn drieën, allengs kwamen er vrouwen bij. Alles rond Pride was tot die tijd nogal op mannen gericht. Pas in 2007 was er eindelijk een vrouwenboot.” 

Toch ziet ze anno 2026 genoeg dingen die wat haar betreft anders mogen. “Ik heb dit jaar met plezier op een boot gestaan, maar vind de Canal Parade een heterofeestje geworden, een soort Koningsdag. Van mij mag het activistischer, kleinschaliger en goedkoper. Het draait ook erg om seks. In de media worden de boten met opzichtig naakt eruit gepikt. Ik denk dat veel mensen daardoor het punt missen. Pride heeft een belangrijke boodschap, die bovendien momenteel weer belangrijker wordt, want het klimaat wordt er voor ons niet beter op.”

<<English interview>>

Suicidal thoughts? Call 113! Free and anonymous 24/7, or chat at 113.nl

Noor (1958) loves ballroom dancing as well as motorcycling. Together with her partner Agnita, she played an important role in getting ballroom dancing included in the 1998 Gay Games in Amsterdam.

“I was a lesbian straight from the cradle,” Noor Moussault laughs early in our conversation.

In other words, she knew she was a lesbian from a very young age, even though she didn’t have a word for it as a child. “One time in middle school, a group from the Dutch LGBTQIA+ organization COC came to give a presentation at school. That was the first time I realized: this is about me. I subscribed to their newsletter, but I never received it. Later I found out my mother had been throwing it away. I think she knew perfectly well what the COC was, though I never asked her. It’s not as if she was in denial about my sexual orientation. Once while we were doing the dishes, she asked me point-blank: ‘So, are you or aren’t you a lesbian?’”

She was 17 when she moved to Amsterdam in the mid-1970s, right after finishing secondary school. She wanted to leave home as quickly as possible. “But I couldn’t completely break away from my parents. They insisted I come home every weekend. Otherwise they would stop paying for my studies.”

Today, Noor is deeply rooted in Amsterdam’s LGBTQIA+ community, thanks in part to her contributions to Pride and the 1998 Gay Games. For Pride, she organizes the motorcycle tour Dykes on Bikes; for the Gay Games, she helped get ballroom dancing included in the program. But it took her a long time to find her place. “I thought: I’ll move to Amsterdam, and then my life will begin. But you still carry your baggage with you.”

Mentor as a lifeline
During her childhood in Zaandam, Noor had crushes on many classmates. “When I started studying in Amsterdam, that continued. I didn’t know what to do with those feelings. My crushes usually faded quickly, until I developed feelings for my mentor. I wrote her a letter confessing my love. She handled it very well - and handled me very well too. She became a kind of lifeline for me. I drank myself into oblivion back then, and she took care of me very lovingly, never taking advantage of me. At one point she literally picked me up off the ground when I was drunk again. She said, ‘If you keep going like this, things will end very badly.’”

“I have one straight female friend; all the rest are lesbians”

Noor knows exactly why she drank so much. “I couldn’t cope with myself and didn’t enjoy life very much. At the time, homosexuality was still classified as deviant behavior within psychiatry. Besides drinking, I self-harmed, and once I attempted suicide. My mentor came to see me then as well. She connected me with a therapist.” That was far from common in the 1970s, she emphasizes. “Back then, being in therapy meant people thought you were crazy. And at home, I wasn’t used to talking about my feelings.”

“I used to think: if I don’t feel better by the time I’m 30, I’ll call it quits. But I did feel better. It came as something of a surprise. One day I thought: hey, wait a minute - I actually feel pretty good.”

Therapy became a recurring part of her life. Noor now sees it as a kind of regular inspection, like an annual vehicle check-up. In the end, it had less to do with her sexuality than she had expected. “That issue gradually resolved itself. I simply explored it and made peace with it.” Most of her treatment focused on the abuse she experienced during childhood. She remembers only fragments because she was so young when it began. In the 1980s, she worked for the Foundation Against Her Will, an organization supporting victims of sexual violence and abuse.

“There were many lesbian women there who were very activist-minded. I’m still friends with all those girls - well, we’re not exactly girls anymore. I have one straight female friend. I know her from a job I had years ago. All the rest of my friends are lesbians.” Afterward, Noor started her own therapy practice specializing in women with experiences of incest. “To do that work, you first have to deal with your own issues. Otherwise it’s impossible.”

“I’m comfortable with myself, these days I even enjoy traveling alone”

She ran her practice for 25 years. “I stopped after one of my clients took her own life. It was terrible. In a situation like that, there’s a thorough investigation into whether there was any negligence. There wasn’t - I had documented everything properly - but it was still an enormous blow. The loneliness I recognized from my childhood resurfaced. Once again I was in a situation where very few people understood what I was going through.”

Loneliness has been a recurring theme in her life, she says, and her voice breaks as she says: “Some things stay with you until the day you die.”

About two years ago, her brother in Germany suffered kidney failure. Noor decided to donate one of her kidneys to him. “It was a tough period. Both in the Netherlands and Germany, I wasn’t properly guided by the doctors while having to undergo one invasive examination after another. I was poked, prodded, photographed, examined from head to toe. It was a lonely process. My brother recovered immediately after the operation; I’m still dealing with symptoms, mostly fatigue and pain around the surgical area. It’s finally getting better now after I-don’t-know-how-many treatments with an osteopath.”

Alone, but not lonely
“With every round of therapy, my trauma became smaller and more manageable. But trauma doesn’t disappear. At least now I know where the pain comes from. It no longer knocks me completely off balance. But it still takes me back to the beginning every time.”

She adds with a shrug: “In the end, you die alone and lonely. That sounds harsh, but it doesn’t feel that way. I’m comfortable with myself. These days I even enjoy traveling alone. Alone, but not lonely. There’s a big difference.”

Noor’s partner Agnita, whom she had been with since the late 1980s, died in 2017. “For years after her death, I couldn’t imagine another relationship. Now I think: if I happen to meet someone and it’s nice, then it’s nice. But actively looking? No. I’ve tried dating sites. No success. I often find dating a hassle, and I can’t be bothered. People make a fuss because I share a room on vacation with close female friends. Give me a break. To me, that’s perfectly normal.”

She and Agnita met through the COC. “I thought she and her then-girlfriend were rather girly, with their handbags and makeup. Completely different types from me, I thought. But when Agnita and I had a longer conversation one day, we discovered we had more in common than I expected, including the type of therapy we had both done.”

“The girly handbags eventually disappeared,” Noor laughs. But on another front, Agnita persuaded her. “She did ballroom dancing and wanted me to join her. At school I’d been forced to take dancing lessons and I hated them. I certainly wasn’t the kind of person to stand at the front in a fancy ball gown.” Still, she eventually gave in. “I don’t remember how she managed it, but at some point I said yes. Then, of course, you have two lesbians who both want to lead. At first we swapped dance partners with another couple. In the end, she actually got me to follow.”

“Until 2007, Amsterdam Pride was very much focused on men”

Eventually the two began teaching dance classes themselves and founded their own dance school, the only one in the city exclusively for women. For this, they received Amsterdam’s Medal of Merit. In 1998, Noor and Agnita helped ensure that ballroom dancing was finally included in the Gay Games after years of effort. “It was special because dancing was the only sport at the Games where the gay aspect was so visibly present.”

They also danced competitively. “We encouraged our parents to come and watch. Agnita’s mother, who was quite a bit older, found it rather difficult at first. But she was deeply impressed by everything she saw. Afterwards she said, ‘You all treat each other in such a lovely and different way.’ By ‘you all,’ she meant gay people.”

Motorcycling is freedom
Because of Agnita’s rheumatism, they stopped dancing in 2010. Seven years later, Agnita was diagnosed with metastatic cancer “She died by euthanasia on August 4, 2017. She wasn’t even 58. It was the day before the Canal Parade. I prefer when August 4 falls on an ordinary weekday because I always place flowers for her at the Homomonument. During Pride weekend, it’s such a mess.”

Noor no longer dances: “It’s still too emotional.” Fortunately, she has another passion: motorcycling. “I’ve been riding for 45 years. Motorcycling is companionship, being outdoors, the ultimate feeling of freedom. Last year, after retiring, I rode my motorcycle to Spain. I was away for five weeks without even deciding in advance when I would come back.”

Noor is a member of the gay motorcycle club Pink Spirit and has organized Dykes on Bikes, an annual Pride Week motorcycle ride, for 18 years. “The first time there were only three of us. Gradually more women joined. Up until then, Pride was very much focused on men. It wasn’t until 2007 that there was finally a women’s boat.”

Still, she believes there is room for change. “I enjoyed being on a boat this year, but I think the Canal Parade has become a straight people’s party, a bit like King’s Day. I’d like it to be more activist, smaller-scale, and cheaper. It also revolves too much around sex. The media always highlight the boats with the most obvious nudity. Because of that, I think many people miss the point. Pride carries an important message, and that message is becoming more important again, because the climate for people like us isn’t getting any better.”