<<Scroll down for English>>

Denk je aan zelfdoding? Bel dan 24/7 gratis en anoniem met 113 of chat op 113.nl

Noor (1958) houdt naast motorrijden ook van stijldansen. Samen met haar partner Agnita speelde ze een belangrijke rol voor de sport bij de Gay Games van 1998 in Amsterdam.

“Ik ben gewoon een wiegepot”, lacht Noor Moussault al vroeg in het gesprek.

Met andere woorden: al in de wieg besefte ze lesbisch te zijn. Al had ze daar als kind nog geen woord voor. “In de brugklas was er een keer een voorlichtingsgroep van het COC op school. Op die dag besefte ik voor het eerst: dit gaat over mij. Ik abonneerde me op hun nieuwsbrief, maar die heb ik nooit ontvangen. Mijn moeder bleek ‘m later weg te gooien. Ik denk dat ze donders goed wist wat het COC was, al heb ik het haar nooit gevraagd. Het is ook niet zo dat mijn moeder in ontkenning was over mijn seksuele oriëntatie. Tijdens de afwas vroeg ze me later een keer op de vrouw af: ben je nou wel of niet lesbisch?”

Ze was zeventien toen ze halverwege de jaren 70 in Amsterdam kwam wonen, direct na de havo. Ze wilde zo snel mogelijk uit huis. “Maar ik kon me niet helemaal losweken van mijn ouders. Van hen moest ik elk weekend thuiskomen. Anders zouden ze mijn studie niet meer betalen.”

Inmiddels is Noor verankerd in de hoofdstedelijke lhbtqia+-gemeenschap, onder meer door haar bijdrages aan Pride en de Gay Games van 1998. Bij Pride organiseert ze motortour Dykes on Bikes, bij de Gay Games droeg ze bij aan de inclusie van stijldansen op het programma. Maar ze moest een lange weg afleggen voor ze hier wortelde. “Ik dacht: ik verhuis naar Amsterdam en dan begint mijn leven. Maar je neemt je rugzakje toch mee.”

Mentrix als levenslijn 
Tijdens haar jeugd in Zaandam was Noor verliefd op menig klasgenoot. “Toen ik in Amsterdam ging studeren bleef dat zo. Ik wist niet wat ik daarmee moest. Mijn verliefdheden gingen altijd snel voorbij, tot ik gevoelens kreeg voor mijn mentrix. Ik schreef haar een brief waarin ik mijn liefde opbiechtte. Zij ging daar goed mee om, en ook met mij. Ze bleek een soort lifeline voor me. Ik zoop me helemaal te pletter in die tijd en zij ving me op, heel liefdevol, zonder ooit misbruik van me te maken. Op een gegeven moment heeft ze me letterlijk van de grond afgeplukt toen ik weer eens lam was. ‘Als je zo doorgaat’, zei ze, ‘gaat het helemaal mis.’”

“Ik heb één hetero vriendinnetje, de rest van mijn vriendinnen is lesbisch”

Noor weet goed waarom ze zoveel dronk in die tijd. “Ik wist me geen raad met mezelf en vond het leven niet bijster leuk. Homoseksualiteit viel destijds nog onder deviant gedrag binnen de psychiatrie. Naast de drank automutileerde ik en één keer heb ik een suïcidepoging gedaan. Ook toen kwam mijn mentrix langs. Zij koppelde me aan een therapeut.” Dat was in die tijd nog verre van gebruikelijk, benadrukt ze. “In de jaren 70 was in therapie zitten gek. En van huis uit was ik niet gewend over mijn gevoelens te praten.”

“Als ik me voor mijn dertigste niet beter voel, dacht ik, dan hou ik ermee op. Dat is gelukt. Het kwam min of meer als verrassing. Hé, wacht eens, dacht ik op een dag, ik voel me eigenlijk best goed.”

Therapie is een terugkerend onderdeel van haar leven - Noor ziet het inmiddels als een soort APK-keuring. Met haar seksualiteit had die uiteindelijk minder te maken dan gedacht. “Dat is er langzaam uit gerold, ik ben het gewoon gaan exploreren en kreeg er vrede mee.” De behandelingen richtten zich met name op het misbruik dat Noor meemaakte in haar jeugd. Ze kan zich er niet alles van herinneren, zo jong was ze toen het begon. In de jaren 80 ging ze aan het werk bij Stichting Tegen Haar Wil, die zich inzette voor slachtoffers van seksueel geweld en misbruik. “Daar zaten veel lesbische dames die heel activistisch waren. Met al die meiden - nou ja, we zijn inmiddels geen meiden meer - ben ik nog steeds bevriend. Ik heb één hetero vriendinnetje. Die ken ik van een oude baan, jaren terug. De rest van mijn vriendinnen is lesbisch.”

Na Stichting Tegen Haar Wil begon Noor een eigen praktijk als therapeut, gespecialiseerd in vrouwen met incestervaring. “Om dat werk te kunnen doen moet je wel eerst je eigen shit opgeruimd hebben. Anders is het onmogelijk.”

“Ik heb het goed met mezelf, ik ga tegenwoordig zelfs met veel plezier alleen op vakantie”

Ze had haar praktijk 25 jaar. “Ik ben ermee gestopt nadat een cliënt van me zichzelf van het leven had beroofd. Verschrikkelijk. In zo’n situatie komt er een grondig onderzoek naar eventuele nalatigheid. Dat was niet zo - ik had alles gelukkig goed gedocumenteerd - maar dat heeft een ontzettende klap gegeven. De eenzaamheid die ik herkende uit mijn jeugd kwam weer naar boven. Ik zat opnieuw in een situatie waarbij ik maar weinig mensen kende die ermee te maken hadden gehad.”

Het is een thema in haar leven, zegt ze, eenzaamheid. De woorden zijn er nog niet uit of Noors stem breekt. Terwijl ze de tranen op haar wangen dept: “Tja, sommige dingen blijf je tot je dood houden.”

“Bijna twee jaar geleden had mijn broer, die in Duitsland woont, nierfalen. Ik besloot een nier aan hem te doneren. Een pittige tijd, want zowel in Nederland als in Duitsland werd ik niet goed door de artsen begeleid, terwijl je wel aan het ene na het andere ingrijpende onderzoek wordt onderworpen. Van kop tot kut werd ik betast, bevoeld, gefotografeerd. Het was een eenzaam traject. Mijn broer ging meteen na de operatie als een speer, ik heb nog steeds klachten. Vermoeidheid vooral, en pijn in het operatiegebied. Het begint beter te worden nu, na weet-ik-hoeveel behandelingen bij een osteopaat.”

Alleen, maar niet eenzaam
Met elke therapie werd haar trauma beter en minder, maar dat wil niet zeggen dat trauma verdwijnt. “In ieder geval weet ik nu waar mijn pijn vandaan komt. Het slaat me niet meer van de wereld. Maar het is wel iets wat me iedere keer mee terugneemt naar het begin.” 

Haast schouderophalend voegt ze toe: “Uiteindelijk ga je ook alleen en eenzaam dood. Dat klinkt naar, maar zo voelt het niet. Ik heb het goed met mezelf. Ik ga tegenwoordig zelfs met veel plezier alleen op vakantie. Alleen, maar niet eenzaam. Een groot verschil.”

Noors partner Agnita, met wie ze sinds eind jaren 80 samen was, overleed in 2017. “Ik heb jaren niet moeten denken aan een relatie na haar overlijden. Inmiddels denk ik: als ik tegen iemand aanloop en het is leuk, dan is het leuk. Maar ernaar zoeken, nee. Ik heb wel eens op een datingsite gekeken. Geen succes. Daten vind ik vaak gezeur en daar heb ik geen zin in. Doen ze moeilijk over het feit dat ik op vakantie met goeie vriendinnen in één kamer slaap. Flikker op, joh. Voor mij is dat normaal.”

Zij en Agnita leerden elkaar kennen op het COC. “Ik vond haar en haar toenmalige vriendin nogal tuttebellen met hun handtasjes en make-up. Heel andere types dan ik, dacht ik. Toen Agnita en ik ’n keer langer in gesprek kwamen, bleken we meer gemeen te hebben dan ik dacht; onder meer de therapievorm die we hadden gedaan.”

De tuttige tasjes heeft ze eruit gekregen, lacht ze. Op een ander vlak kreeg Agnita háár juist mee. “Zij deed aan stijldansen en wilde dat met mij doen. Op school moest ik verplicht op dansles, afschuwelijk vond ik dat. Ik was natuurlijk niet iemand die daar vooraan stond met haar baljurkje.” Toch ging ze voor Agnita overstag. “Ik weet niet meer hoe ze het voor elkaar gekregen heeft, maar op een gegeven moment zei ik ‘ja’. Vervolgens heb je natuurlijk twee potten bij elkaar die allebei wilden leiden. Daarom wisselden we aanvankelijk met een bevriend stel van danspartner. Uiteindelijk heeft ze me zelfs aan het volgen gekregen.” 

De twee gingen na verloop van tijd zelf dansles geven en richtten uiteindelijk hun eigen dansschool op, de enige in de stad enkel voor vrouwen. Daarvoor ontvingen zij het Ereteken van Verdienste van de stad Amsterdam. In 1998 droegen Noor en Agnita eraan bij dat het stijldansen na jaren eindelijk op het programma stond bij de Gay Games, die dat jaar in Amsterdam werden georganiseerd. Bijzonder, want ‘dansen was de enige sport tijdens de spelen waarbij het gay aspect zó ontzettend zichtbaar was’.

“Tot 2007 was alles rond Pride nogal op mannen gericht”

“Agnita en ik hebben zelf met die wedstrijden meegedaan. We droegen onze ouders op te komen kijken. Vooral Agnita’s moeder, die een stuk ouder was, vond het best ingewikkeld. Maar ze was erg onder de indruk van alles wat ze zag. ‘Jullie gaan zo leuk en anders met elkaar om’, zei ze na afloop. Met ‘jullie’ bedoelde ze de homoseksuele medemens.”

Motorrijden is vrijheid
Vanwege Agnita’s reuma stopten ze in 2010 met dansen. Zeven jaar later bleek Agnita uitgezaaide kanker te hebben. “Op 4 augustus 2017 overleed ze. Euthanasie. Ze moest nog 58 worden. Het was de dag vóór de Canal Parade. Ik vind het prettig als 4 augustus gewoon op een maandag valt. Ook omdat ik die dag altijd bloemen voor haar ga leggen bij het Homomonument. Maar in het weekend van Pride is dat natuurlijk één smerige bende.”

Dansen doet Noor niet meer. Dat ligt te gevoelig, zegt ze. Gelukkig is er een andere hobby die ze met veel liefde beoefent: motorrijden. Ze doet het al 45 jaar. “Motorrijden is gezelligheid, buitenzijn, het ultieme gevoel van vrijheid. Vorig jaar ging ik, nadat ik met pensioen ging, op de motor naar Spanje. Ik ben vijf weken weggeweest, zonder van tevoren een einddatum te hebben bedacht.”

Noor is lid van gay motorclub Pink Spirit en organiseert al achttien jaar Dykes on Bikes, een jaarlijkse motortour tijdens de Pride-Week. “De eerste keer waren we met zijn drieën, allengs kwamen er vrouwen bij. Alles rond Pride was tot die tijd nogal op mannen gericht. Pas in 2007 was er eindelijk een vrouwenboot.” 

Toch ziet ze anno 2026 genoeg dingen die wat haar betreft anders mogen. “Ik heb dit jaar met plezier op een boot gestaan, maar vind de Canal Parade een heterofeestje geworden, een soort Koningsdag. Van mij mag het activistischer, kleinschaliger en goedkoper. Het draait ook erg om seks. In de media worden de boten met opzichtig naakt eruit gepikt. Ik denk dat veel mensen daardoor het punt missen. Pride heeft een belangrijke boodschap, die bovendien momenteel weer belangrijker wordt, want het klimaat wordt er voor ons niet beter op.”

<<English interview>>

Suicidal thoughts? Call 113! Free and anonymous 24/7, or chat at 113.nl

Noor (1958) loves ballroom dancing as well as motorcycling. Together with her partner Agnita, she played an important role in getting ballroom dancing included in the 1998 Gay Games in Amsterdam.

“I was a lesbian straight from the cradle,” Noor Moussault laughs early in our conversation.

In other words, she knew she was a lesbian from a very young age, even though she didn’t have a word for it as a child. “One time in middle school, a group from the Dutch LGBTQIA+ organization COC came to give a presentation at school. That was the first time I realized: this is about me. I subscribed to their newsletter, but I never received it. Later I found out my mother had been throwing it away. I think she knew perfectly well what the COC was, though I never asked her. It’s not as if she was in denial about my sexual orientation. Once while we were doing the dishes, she asked me point-blank: ‘So, are you or aren’t you a lesbian?’”

She was 17 when she moved to Amsterdam in the mid-1970s, right after finishing secondary school. She wanted to leave home as quickly as possible. “But I couldn’t completely break away from my parents. They insisted I come home every weekend. Otherwise they would stop paying for my studies.”

Today, Noor is deeply rooted in Amsterdam’s LGBTQIA+ community, thanks in part to her contributions to Pride and the 1998 Gay Games. For Pride, she organizes the motorcycle tour Dykes on Bikes; for the Gay Games, she helped get ballroom dancing included in the program. But it took her a long time to find her place. “I thought: I’ll move to Amsterdam, and then my life will begin. But you still carry your baggage with you.”

Mentor as a lifeline
During her childhood in Zaandam, Noor had crushes on many classmates. “When I started studying in Amsterdam, that continued. I didn’t know what to do with those feelings. My crushes usually faded quickly, until I developed feelings for my mentor. I wrote her a letter confessing my love. She handled it very well - and handled me very well too. She became a kind of lifeline for me. I drank myself into oblivion back then, and she took care of me very lovingly, never taking advantage of me. At one point she literally picked me up off the ground when I was drunk again. She said, ‘If you keep going like this, things will end very badly.’”

“I have one straight female friend; all the rest are lesbians”

Noor knows exactly why she drank so much. “I couldn’t cope with myself and didn’t enjoy life very much. At the time, homosexuality was still classified as deviant behavior within psychiatry. Besides drinking, I self-harmed, and once I attempted suicide. My mentor came to see me then as well. She connected me with a therapist.” That was far from common in the 1970s, she emphasizes. “Back then, being in therapy meant people thought you were crazy. And at home, I wasn’t used to talking about my feelings.”

“I used to think: if I don’t feel better by the time I’m 30, I’ll call it quits. But I did feel better. It came as something of a surprise. One day I thought: hey, wait a minute - I actually feel pretty good.”

Therapy became a recurring part of her life. Noor now sees it as a kind of regular inspection, like an annual vehicle check-up. In the end, it had less to do with her sexuality than she had expected. “That issue gradually resolved itself. I simply explored it and made peace with it.” Most of her treatment focused on the abuse she experienced during childhood. She remembers only fragments because she was so young when it began. In the 1980s, she worked for the Foundation Against Her Will, an organization supporting victims of sexual violence and abuse.

“There were many lesbian women there who were very activist-minded. I’m still friends with all those girls - well, we’re not exactly girls anymore. I have one straight female friend. I know her from a job I had years ago. All the rest of my friends are lesbians.” Afterward, Noor started her own therapy practice specializing in women with experiences of incest. “To do that work, you first have to deal with your own issues. Otherwise it’s impossible.”

“I’m comfortable with myself, these days I even enjoy traveling alone”

She ran her practice for 25 years. “I stopped after one of my clients took her own life. It was terrible. In a situation like that, there’s a thorough investigation into whether there was any negligence. There wasn’t - I had documented everything properly - but it was still an enormous blow. The loneliness I recognized from my childhood resurfaced. Once again I was in a situation where very few people understood what I was going through.”

Loneliness has been a recurring theme in her life, she says, and her voice breaks as she says: “Some things stay with you until the day you die.”

About two years ago, her brother in Germany suffered kidney failure. Noor decided to donate one of her kidneys to him. “It was a tough period. Both in the Netherlands and Germany, I wasn’t properly guided by the doctors while having to undergo one invasive examination after another. I was poked, prodded, photographed, examined from head to toe. It was a lonely process. My brother recovered immediately after the operation; I’m still dealing with symptoms, mostly fatigue and pain around the surgical area. It’s finally getting better now after I-don’t-know-how-many treatments with an osteopath.”

Alone, but not lonely
“With every round of therapy, my trauma became smaller and more manageable. But trauma doesn’t disappear. At least now I know where the pain comes from. It no longer knocks me completely off balance. But it still takes me back to the beginning every time.”

She adds with a shrug: “In the end, you die alone and lonely. That sounds harsh, but it doesn’t feel that way. I’m comfortable with myself. These days I even enjoy traveling alone. Alone, but not lonely. There’s a big difference.”

Noor’s partner Agnita, whom she had been with since the late 1980s, died in 2017. “For years after her death, I couldn’t imagine another relationship. Now I think: if I happen to meet someone and it’s nice, then it’s nice. But actively looking? No. I’ve tried dating sites. No success. I often find dating a hassle, and I can’t be bothered. People make a fuss because I share a room on vacation with close female friends. Give me a break. To me, that’s perfectly normal.”

She and Agnita met through the COC. “I thought she and her then-girlfriend were rather girly, with their handbags and makeup. Completely different types from me, I thought. But when Agnita and I had a longer conversation one day, we discovered we had more in common than I expected, including the type of therapy we had both done.”

“The girly handbags eventually disappeared,” Noor laughs. But on another front, Agnita persuaded her. “She did ballroom dancing and wanted me to join her. At school I’d been forced to take dancing lessons and I hated them. I certainly wasn’t the kind of person to stand at the front in a fancy ball gown.” Still, she eventually gave in. “I don’t remember how she managed it, but at some point I said yes. Then, of course, you have two lesbians who both want to lead. At first we swapped dance partners with another couple. In the end, she actually got me to follow.”

“Until 2007, Amsterdam Pride was very much focused on men”

Eventually the two began teaching dance classes themselves and founded their own dance school, the only one in the city exclusively for women. For this, they received Amsterdam’s Medal of Merit. In 1998, Noor and Agnita helped ensure that ballroom dancing was finally included in the Gay Games after years of effort. “It was special because dancing was the only sport at the Games where the gay aspect was so visibly present.”

They also danced competitively. “We encouraged our parents to come and watch. Agnita’s mother, who was quite a bit older, found it rather difficult at first. But she was deeply impressed by everything she saw. Afterwards she said, ‘You all treat each other in such a lovely and different way.’ By ‘you all,’ she meant gay people.”

Motorcycling is freedom
Because of Agnita’s rheumatism, they stopped dancing in 2010. Seven years later, Agnita was diagnosed with metastatic cancer “She died by euthanasia on August 4, 2017. She wasn’t even 58. It was the day before the Canal Parade. I prefer when August 4 falls on an ordinary weekday because I always place flowers for her at the Homomonument. During Pride weekend, it’s such a mess.”

Noor no longer dances: “It’s still too emotional.” Fortunately, she has another passion: motorcycling. “I’ve been riding for 45 years. Motorcycling is companionship, being outdoors, the ultimate feeling of freedom. Last year, after retiring, I rode my motorcycle to Spain. I was away for five weeks without even deciding in advance when I would come back.”

Noor is a member of the gay motorcycle club Pink Spirit and has organized Dykes on Bikes, an annual Pride Week motorcycle ride, for 18 years. “The first time there were only three of us. Gradually more women joined. Up until then, Pride was very much focused on men. It wasn’t until 2007 that there was finally a women’s boat.”

Still, she believes there is room for change. “I enjoyed being on a boat this year, but I think the Canal Parade has become a straight people’s party, a bit like King’s Day. I’d like it to be more activist, smaller-scale, and cheaper. It also revolves too much around sex. The media always highlight the boats with the most obvious nudity. Because of that, I think many people miss the point. Pride carries an important message, and that message is becoming more important again, because the climate for people like us isn’t getting any better.”