<<Scroll down for English>>
Als kind wist Dia Huizinga (1954) al dat Hilversum niet bij haar paste. Ze trok naar Amsterdam en bestempelde zichzelf algauw als ‘radicaal lesbisch’.
‘Je favoriete lesbische oma.’
Zo noemt Dia Huizinga zichzelf sinds een paar jaar. De geuzennaam heeft zijn oorsprong op haar zwemclub Gay Swim Amsterdam, waar een nieuw lid haar vragen over vroeger stelde. “Of ik erbij was toen vrouwencafé Saarein in 1978 werd geopend, bijvoorbeeld. Ja, daar was ik bij. Terwijl we in gesprek waren, dacht ik: ik zou je moeder kunnen zijn. Maar zij was twintig en ik zeventig, dus die gedachte klopte niet helemaal. Ik kon haar óma zijn, besefte ik.”
Of die lesbische oma per se een wijze dame is weet ze niet, glimlacht Dia desgevraagd. Maar ze heeft veel meegemaakt - en moe van vragen over vroeger wordt ze nooit. “Het is zelfs heel belangrijk dat ik die beantwoord, vind ik. Dat jongere generaties besef hebben van alles wat er voor hen kwam.”
Ouder worden neemt onherroepelijk veranderingen met zich mee. “Vanaf mijn veertigste werd ik met uitgaan anders bekeken. Als een oud vrouwtje. Bij het COC ging ik destijds elke week naar de vrouwendansavond. Toen ik voor het eerst zo’n blik kreeg - zo van: ‘wat moet jij hier?’ - vond ik dat helemáál niet leuk. Na verloop van tijd ben ik opgehouden met uitgaan. Ik kreeg telkens het gevoel dat ik er niet bij hoorde.”
Op deze leeftijd is dat weer anders. “Een paar jaar geleden besloot ik met een jongere vriendin naar Milkshake te gaan - daar ben ik nu drie keer geweest. Kwamen er de hele tijd mensen naar me toe om te zeggen hoe leuk ze het vonden dat ik er was. Lang geleden werkte ik in de Melkweg en vond ik het zelf ook heel leuk als er oudere mensen stonden te dansen.”
“In mijn jeugd kende ik helemaal niemand die gay was”
“Sommige mensen op Milkshake vroegen of ik pilletjes deed. Ik heb genoeg drugs gebruikt in mijn jongere jaren, dat hoeft van mij niet meer. Ik heb lang geblowd, daar ben ik pas rond mijn zestigste mee opgehouden. Met cocaïne was ik al eerder gestopt. En dan was er natuurlijk nog LSD en zo, in de jaren 70.”
In die jaren woonde Dia net in Amsterdam. “Ik groeide op in Hilversum, dat ik een tuttig dorp vond. Beknellend. Dat heeft denk ik niet eens per se te maken gehad met mijn seksualiteit. Ik dacht als klein kind al: ik moet naar Amsterdam.”
Geen gay voorbeelden
Dat gebeurde op haar achttiende, toen ze er Nederlands en Engels ging studeren. Pas later - “Zo rond mijn 22ste geloof ik” - vertelde ze aan haar ouders dat ze op vrouwen valt. “Ik wist het vanaf mijn tiende, maar had er veel moeite mee. Ik kende helemaal niemand die gay was. Nou ja, één homoseksuele man van tv, Albert Mol. De meeste mensen zagen het toen ik puber was als grote zonde.”
“Mijn vader vond het wel prima”, zegt ze, “mijn moeder had het er moeilijker mee. ‘Ik hoop dat je niet eenzaam wordt’, zei ze.”
Eenmaal in Amsterdam leerde Dia tal van andere lesbische vrouwen kennen. Een warm bad is zo’n cliché-term, zegt ze, maar zo voelde het wel na de lege Hilversumse badkuip. “Algauw speelde ik een actieve rol in de lesbische beweging. Ik was radicaal lesbisch. Elke dag was ik in het Vrouwenhuis aan de Nieuwe Herengracht als onderdeel van een groep anarchistische lesbiennes die streed tegen het patriarchaat. We gingen enkel uit in vrouwencafés of naar vrouwenavonden. Met mannen praatte ik lang niet. Ook geen homoseksuele. Die werelden hielden we vijftig jaar terug apart, heel anders dan nu. Tussen gay mannen en gay vrouwen was er vaak haat en nijd; ik denk dat wij vrouwen de behoefte hadden ons af te scheiden, onszelf te vinden.”
Het was in de jaren 70 niet gebruikelijk om als vrouw alleen naar een café te gaan. “Dan werd er op je neergekeken. Vaak werd gedacht dat je een sekswerker was - en anders werd je allicht zo gezien. Bij sommige cafés, weet ik nog, mocht ik alleen aan een tafeltje zitten - niet aan de bar. Zolang je als vrouw maar geen ruimte innam. Dat wekte een enorme weerstand bij mij op.”
Pas met de Gay Games in 1998 liet Dia pas weer echt contact met mannen toe. Hoe kijkt ze nu terug op die jaren? “Met de blik van nu denk ik: wij waren wel héél radicaal. Maar tegelijkertijd hebben we een pad gebaand om uiteindelijk niet zo radicaal te hoeven zijn.”
Anti-burgerlijk, dat is ze nog steeds een beetje. “Toen in 2001 het huwelijk werd opengesteld voor koppels van gelijk geslacht, hoefde dat van mij helemaal niet. Trouwen was iets voor de hetero’s, vond ik. Nu vind ik het juist mooi dat de jongste generatie queers niet beter weet dan dat zij mogen trouwen.”
Dat er in de hedendaagse maatschappij een opleving is van conservatieve ideeën, vindt ze ‘heel erg’. “Toen ik jong was, was het in mijn kringen ‘in’ om progressief te zijn. Dat is nu voor mijn gevoel heel anders. Het idee dat er zoveel jonge jongens zijn die zo’n Andrew Tate geweldig vinden…” Het gesprek komt op de beelden die geregeld opduiken van demonstranten op leeftijd die een bord omhooghouden met een tekst à la: ‘Vijftig jaar geleden stond ik hier ook’. “Ik krijg daar tranen van in mijn ogen.”
Bevriend met een beroemdheid
Dia heeft tal van banen gehad in de loop der jaren, maar een springt er met kop en schouders bovenuit - het was een jeugddroom die uitkwam. In de laatste twintig jaar van haar zangcarrière was ze de tourmanager van de in 2024 overleden Amerikaanse zangeres Melanie, bekend van klassiekers als Brand New Key. Dia wijst op haar blouse; die heeft ze nog van Melanie gekregen. De twee werden goeie vriendinnen.
“Als tiener was ik al fan. In 1971 heb ik haar kort ontmoet bij een show in het Concertgebouw. Jaren later werd ik actief in haar fanclub. Toen ik me begon te verdiepen in het boeddhisme en het chanten van mantra’s om bepaalde levensdoelen te behalen, besloot ik te chanten voor een vriendschap met Melanie. In 2004 nam haar man Peter ineens contact met me op; hij kende me van de fanclub. Melanie kwam naar Nederland en zocht iemand die haar kon begeleiden. Na enige twijfel schoof ik mezelf naar voren. Ik had helemaal geen ervaring als tourmanager en dat maakte me erg zenuwachtig, maar dacht: nou, dan chant ik toch ook hiervoor.”
Vroeger was ze hier minder open over: “Ik schaamde me er een beetje voor, het voelde kinderachtig. Vrienden worden met een beroemde artieste… ik kende haar helemaal niet.” Chanten is niet hetzelfde als het tegenwoordig populaire manifesteren, benadrukt Dia. “Om te manifesteren moet je je doel voor je zien. Ik geloofde er helemaal niet in, maar dat hoeft ook niet, want het idee is dat je iets het universum in brengt.”
Melanies overlijden kwam als een grote klap. “Ik wist dat het niet goed ging met haar gezondheid, maar alsnog was het onverwacht. Het was sowieso een vreselijke dag, want die ochtend was ik gebeld door mijn beste vriendin, die terminale longkanker bleek te hebben.”
Dat is het moeilijke aan ouder worden, vervolgt ze. “Mensen vallen weg. Ik heb nog altijd vrienden van vroeger, maar verschillende van hen zijn overleden. Andere vriendschappen zijn verwaterd, een enkeling is geëmigreerd. Ik kan niet meer alles met anderen delen.”
“Bij Gay Swim Amsterdam blijf ik tot mijn dood”
Ook haar ouders leven al ruim 35 jaar niet meer. Na hun dood raakte Dia in een depressie. Het was in die tijd dat ze besloot met zwemmen te beginnen. “Mijn therapeute adviseerde me een sport te doen. Ik dacht: sport, wat afschuwelijk. Maar zwemmen vond ik vroeger altijd wel leuk.”
Het was een hoognodige afleiding. “Mijn lijf had geen zin meer en in mijn hoofd was het donker. Ik miste mijn ouders ontzettend. Binnen anderhalf jaar had ik geen vader en moeder meer. Ze waren nog jong: 66 en 72. Ik kan woedend worden van het idee dat ik ouder geworden ben dan zij.”
Een glimlach loont
Tegenwoordig geeft Dia zwemtrainingen en organiseert ze met een groepje het jaarlijkse zwemevenement LoveSwim in de Amstel. “Dat heeft me altijd veel plezier gebracht, maar ik ben van plan me een beetje terug te trekken. Het organiseren valt me zwaarder. Je moet van alles regelen, het kost veel tijd en ik heb minder energie dan vroeger. Gelukkig zitten er veel nieuwe, jonge mensen in de organisatie. Bij Gay Swim Amsterdam blijf ik tot mijn dood. Ik ben er vanaf het begin bij en nu hun oudste vrouwelijke lid.”
Dia is nu vijftien jaar vrijgezel. “Ik heb veel relaties gehad, maar lang hebben ze geen van alle geduurd. Een jaar of vijf gemiddeld. Ik zou wel weer een relatie willen, maar ben niet op zoek. Ik woon niet helemaal alleen, want ik verhuur een kamer in mijn huis aan studenten.”
Ze denkt even na: “Als je jonger bent, ben je minder kritisch op potentiële partners. Wanneer ik vroeger iemand leuk vond, ging ik erop af. Achteraf gezien heb ik weleens een relatie gehad met een vrouw die helemaal niet bij mij paste.”
Glimlachen naar vrouwen doet Dia nog steeds, zij het met een andere reden dan in haar jonge jaren. “In de lesbische scene kijken veel jonge vrouwen nors, valt me op. Gay mannen zijn meer outgoing naar mijn idee, maken sneller oogcontact. Vrouwen zijn gereserveerder. Daarom ben ik - lang geleden al - begonnen met naar hen te glimlachen. Als je zelf lacht, krijg je altijd een glimlach terug.”
<<English interview>>
As a child, Dia Huizinga (1954) already knew that Hilversum did not suit her. She moved to Amsterdam and soon labeled herself a ‘radical lesbian’.
‘Your favorite lesbian grandma.’
That is what Dia Huizinga has been calling herself for the past few years. The badge of honor originated at her swim club, Gay Swim Amsterdam, when a new member started asking her questions about the past. “For instance, if I was there when lesbian bar Saarein opened in 1978. Yes, I was there. While we were talking, I thought: I could be your mother. But she was twenty and I was seventy, so that thought wasn't quite right. I realized I could be her grandma.”
Whether this lesbian grandma is necessarily a wise lady, she doesn't know, Dia smiles when asked. But she has been through a lot - and she never grows tired of questions about the past. “In fact, I think it is very important that I answer them. For younger generations to have an awareness of everything that came before them.”
Growing older inevitably brings changes. “From the age of forty, I was looked at differently when going out. Like an old woman. Back then, I went to the women's dance night at the COC every week. When I got that kind of look for the first time - like: ‘what are you doing here?’ - I didn't like it at all. Eventually, I stopped going out. I kept getting the feeling that I didn't belong.”
At this age, it is different again. “A few years ago, I decided to go to the Milkshake Festival with a younger friend. I’ve been there three times now. People kept coming up to me the whole time to say how wonderful they thought it was that I was there. Long ago, I worked at the Melkweg and I used to love seeing older people dancing, too.”
“In my youth, I didn't know anyone at all who was gay”
“Some people at Milkshake asked if I took pills. I used plenty of drugs in my younger years; I don't need that anymore. I smoked weed for a long time, and I only stopped around the age of sixty. I had already stopped using cocaine before that. And then of course, there was LSD and such, back in the 70s.”
During those years, Dia had just moved to Amsterdam. “I grew up in Hilversum, which I found to be a stuffy town. Suffocating. I don't think that necessarily had to do with my sexuality. Even as a small child, I thought: I have to go to Amsterdam.”
No gay role models
That happened at age 18, when she moved to Amsterdam to study Dutch and English. Only later - “around 22, I believe” - did she tell her parents that she was attracted to women. “I knew it from the age of 10, but I struggled with it a lot. I didn't know anyone at all who was gay. Well, one homosexual man on TV, Albert Mol. Most people viewed it as a great sin when I was a teenager.”
“My father was fine with it,” she says, “but my mother had a harder time. ‘I hope you don’t become lonely,’ she said.”
Once in Amsterdam, Dia met numerous other lesbian women. A warm bath is such a cliché term, she says, but that is how it felt after the empty Hilversum bathtub. “Soon, I played an active role in the lesbian movement. I was a radical lesbian. Every day I was at the Vrouwenhuis (Women's House) on the Nieuwe Herengracht as part of a group of anarchist lesbians fighting the patriarchy. We only went out to women's cafés or women's nights. For a long time, I didn't speak to men. Not even gay men. We kept those worlds separate 50 years ago, very different from now. There was often animosity between gay men and gay women; I think we women felt the need to separate ourselves, to find ourselves.”
In the 70s, it was not customary for a woman to go to a café alone. “You were looked down upon. People often assumed you were a sex worker - otherwise, you were likely viewed that way regardless. At some cafés, I remember, I was only allowed to sit at a table, not at the bar. As long as you, as a woman, didn't take up space. That triggered an enormous resistance in me.”
It wasn't until the Gay Games in 1998 that Dia truly allowed herself contact with men again. How does she look back on those years now? “With today's perspective, I think: we were very radical. But at the same time, we paved a path so that eventually, people wouldn't have to be.”
She still is anti-establishment - just a little bit. “When marriage was opened to same-sex couples in 2001, I didn't care for it at all. Marriage was something for straight people, I thought. Now, I actually think it's beautiful that the youngest generation of queers knows no different than that they are allowed to marry.”
She finds the resurgence of conservative ideas in contemporary society ‘terrible.’ “When I was young, it was considered ‘hip’ within my circles to be progressive. It feels very different now. The idea that there are so many young boys who think someone like Andrew Tate is amazing…” When the conversation turns to images of protests that show elderly protestors holding up signs that say things like: ‘I stood here 50 years ago too.’ She says: “That brings tears to my eyes.”
Friends with a famous person
Dia has held numerous jobs over the years, but one stands out head and shoulders above the rest - a childhood dream come true. For the final 20 years of her singing career, she was the tour manager for American singer Melanie, who passed away in 2024 and was known for classics like Brand New Key. Dia points to her blouse, a gift from Melanie. The two became close friends.
“I was already a fan as a teenager. In 1971, I briefly met her at a show in the Amsterdam Concertgebouw. Years later, I became active in her fan club. When I started immersing myself in Buddhism and chanting mantras to achieve certain life goals, I decided to chant for a friendship with Melanie. In 2004, her husband Peter suddenly contacted me; he knew me from the fan club. Melanie was coming to the Netherlands and was looking for someone to accompany her. After some hesitation, I put myself forward. I had absolutely no experience as a tour manager and that made me very nervous, but I thought: well, then I'll just chant for this, too.”
In the past, she was less open about this. “I was a bit ashamed of it; it felt childish. Becoming friends with a famous artist… I didn't know her at all.” Chanting is not the same as today's popular concept of manifesting, Dia emphasizes. “To manifest, you have to envision your goal. I didn't believe in it at all, but you don't have to, because the idea is that you put something out into the universe.”
Melanie's passing came as a massive blow. “I knew her health wasn't good, but it was still unexpected. It was a terrible day, because that morning I had gotten a call from my best friend, who turned out to have terminal lung cancer.”
This is the difficult part of growing older, she continues. “People pass away. I still have friends from the past, but several of them have died. Other friendships have faded, and a few of them have emigrated. I can no longer share everything with others.”
“I will stay with Gay Swim Amsterdam until my death”
Her parents have also been gone for over 35 years. After their deaths, Dia fell into a deep depression. It was then that she decided to take up swimming. “My therapist advised me to take up a sport. I thought: ‘Sport, how dreadful.’ But I always used to enjoy swimming.”
It was a much-needed distraction. “My body didn't feel like it anymore, and it was dark in my head. I missed my parents terribly. Within a year and a half, I no longer had a father or a mother. They were still young: 66 and 72. It can make me furious to think that I have lived to be older than them.”
A smile pays off
These days, Dia gives swim training and organizes the annual swimming event LoveSwim in the Amstel River with a small group. “That has always brought me a lot of joy, but I plan to step back a little bit. Organizing is getting harder for me. You have to arrange all sorts of things, it takes a lot of time, and I have less energy than before. Fortunately, there are many new young people in the organization. I will stay with Gay Swim Amsterdam until my death. I've been there since the beginning, and now I'm their oldest female member.”
Dia has been single for 15 years now. “I've had many relationships, but none of them lasted long. About five years on average. I would like to have a relationship again, but I'm not looking. I don't live completely alone, as I rent out a room in my house to students.”
She reflects for a moment: “When you are younger, you are less critical of potential partners. In the past, if I liked someone, I would go after them. Looking back, I once had a relationship with a woman who didn't suit me at all.”
Dia still smiles at women, albeit for a different reason than in her youth. “In the lesbian scene, I notice that many young women look stern. Gay men are more outgoing, in my opinion; they make eye contact more quickly. Women are more reserved. That's why, long ago I started smiling at them. If you smile yourself, you always get a smile back.”