<<Scroll down for English>>

Bryan (1974) verhuisde in 2002 van Taiwan naar Nederland. Zowel in zijn geboorteland als in Amsterdam is hij zeer actief in de rubberscene.

“In de Taiwanese cultuur stel je geen vragen waar je het antwoord niet op wil.”

Zijn thuisland Taiwan is flink veranderd sinds Bryan Tsai een kwart eeuw geleden naar Nederland verhuisde. In 2003 was er een eerste Pride, in 2019 werd het huwelijk opengesteld voor mensen van hetzelfde geslacht - voordat ook maar één ander Aziatisch land dat had gedaan. Toch is het verschil met Nederland groot, zegt Bryan. Vooral in de openheid en omgang met elkaar. Mensen zijn meer accepterend geworden, maar er is nog veel wat onbesproken blijft.

De lokale rubberscene, bijvoorbeeld. Die is een stuk minder openbaar dan in Amsterdam. Bryan maakt er sinds een kleine tien jaar deel van uit. In Nederland is dat al veel langer het geval. 

Op zijn 26ste verhuisde hij van Taiwan naar Engeland om daar een master Organisational Behaviour te volgen. Het was gebruikelijk om vanuit Taiwan in Engeland of de VS te gaan studeren; ouders moedigden hun kinderen vaak aan om dat te gaan doen vanwege de instabiele relatie tussen Taiwan en China. Het idee is dan ook vaak om daar een leven op te bouwen. “Ik was van plan om in het Verenigd Koninkrijk te blijven, maar na een jaar ging ik terug naar Taiwan omdat mijn werkvisum niet op tijd in orde kwam. Eenmaal thuis kreeg ik een baan aangeboden bij een Taiwanees bedrijf in Nederland dat een accountant zocht.” 

Daarbij maakte Bryan een kleine inschattingsfout: hij had niet opgezocht waar in Nederland het bedrijf gevestigd was. Dat bleek in het Drentse Emmen te zijn. Lachend: “Een groot verschil met de drukte van een grote stad als Taipei, waar ik woonde. Zelfs Amsterdam is een dorp in vergelijking met Taipei. Gelukkig was mijn studie in Groot-Brittannië in het landelijke Lancaster, dus ik was inmiddels aan een rustiger omgeving gewend. Ik dacht: ik kijk het twee of drie jaar aan. Uiteindelijk ben ik acht jaar in Emmen gebleven.”

‘Gay desert’
Na die tijd was Bryan toe aan een nieuwe stap en vroeg hij overplaatsing aan. Hij kwam in Nieuwegein te werken en verhuisde begin 2010 naar Amsterdam. “Ik was elke dag minstens een uur onderweg, heen en terug. Toch heb ik ook daar acht jaar gewerkt. Erna had ik mazzel, want het kantoor verhuisde van Nieuwegein naar Amsterdam. In 2022 ben ik er na twintig jaar gestopt, maar ik werk nog steeds in accounting en HR.”

Bryan noemt Emmen een ‘gay desert’, een woestijnlandschap dus. “Hoe het er nu is weet ik niet, maar in de jaren 00 woonden er voor mijn gevoel weinig andere queer mensen”, zegt hij. “Ik had er gelukkig wel vrienden gemaakt, onder andere via de website Gaydar, maar er was geen grote bruisende community zoals hier. Sommige vrienden kwamen uit Groningen of Amsterdam, maar het was iemand uit Emmen die me introduceerde in de rubber-scene.” Dat ging heel gemoedelijk, zegt Bryan: “Hij opperde dat ik het eens kon proberen, dat het me misschien zou bevallen. Ik had hem verteld dat ik weleens bondage had geprobeerd, dus hij wist dat ik open stond voor fetish gear.” 

“Het fijnste aan rubber vind ik dat het zo strak zit”

Bryan ging op onderzoek uit. “Ik was er best nieuwsgierig naar, maar had natuurlijk geen rubberen kleding thuis. Online ging ik op zoek naar anderen die hier interesse in hadden en zo sprak ik af met een man in Den Haag. Ik mocht zijn rubber wel aantrekken, zei hij: een blauwe short. Ik was meteen enthousiast. Die nacht heb ik zijn kleding aangehouden en bijna de hele nacht wakker gelegen. Ik heb hem niet vaak meer gezien daarna, maar niet veel later heb ik mijn eigen rubber gear gekocht.” 

Het kostte hem een aardige duit. “Voor een volledig pak betaal je drie- à vierhonderd euro. Destijds kocht ik kleinere kledingstukken, want op die manier was het makkelijker om je om te kleden op een feestje - die one-piece suits zijn lastig aan te trekken. Anders moest ik in mijn rubberen outfit in de trein van Emmen naar Amsterdam zitten. Veel feestjes vonden hier plaats, al ging ik ook bijvoorbeeld weleens naar Deventer. Meestal nam ik ’s ochtends de eerste trein terug.”

Algauw ging Bryan naar zo’n twee feestjes per maand - de rubberscene is vrij actief, zegt hij. Inmiddels zit hij er zo’n 22 jaar in. “Het fijnste aan rubber vind ik dat het zo strak zit. Het voelt als een tweede huid. Het is ook zacht en fijn om aan te raken. Veel mensen smeren het in met crème, zodat het er glanzender uitziet.”

“Mensen uit de scene zijn vaak easygoing. Het is heel intiem. En vaak eerder vriendelijk dan seksueel. Soms gaat het meer om elkaar aanraken en omhelzen dan om seks.”

In rubber op Instagram
Zo open als hij er nu over is, zo anders was dat in het begin. “Eerst sprak ik er niet echt over, tenzij iemand er expliciet naar vroeg. Ik woonde in de beginjaren samen met een collega: die wist wel dat ik gay ben, maar niets over mijn fetisj. Toen ik al jaren in de scene zat, begon ik er op Instagram foto’s over te posten. In 2019 werd ik gevraagd als jurylid voor de Mr. International Rubber-verkiezing in Chicago, ook dat deelde ik online. Collega’s begonnen er op een werktrip uit zichzelf over en waren heel relaxed en vrij van oordeel. Vanaf dat moment wist ik: ik hoef dit deel van me voor niemand geheim te houden.” 

Hij heeft nooit overwogen om van zijn Instagram-profiel een privé-account te maken of een tweede account te beginnen voor zijn fetisjfoto’s. “Mijn bazen zijn er nooit over begonnen. Ik denk dat het ze niet uitmaakt wat ik in mijn vrije tijd doe. Zolang ik mijn werk maar op tijd af heb.” 

Ook familieleden uit Taiwan kunnen de foto’s zien. “In Taiwan werkt het anders dan hier: familieleden wéten het wel van me, maar ik hoef er niet over te beginnen. Noem het een soort wederzijds begrip. Voordat het huwelijk tussen same-sex couples gelegaliseerd werd, was Taiwan nog aardig conservatief. Het was vrij gebruikelijk dat homoseksuele mensen bij hun ouders bleven wonen - veel ouders begrepen dan wel hoe het zat en tolereerden dat, zolang het niet expliciet benoemd werd. Bij de eerste Pride droegen veel deelnemers maskers zodat hun familie of werkgever niet zou weten dat ze queer zijn.”

Zelf heeft Bryan op zijn eigen manier aan zijn familie laten weten dat hij op mannen valt - eerst aan zijn zus en, na het overlijden van zijn vader twee jaar geleden, aan zijn moeder. “Zij kwam drie maanden bij mij wonen in Amsterdam. In die periode trad ik op met Amsterdam Gay Men’s Chorus, waar ik lid van ben. Ik heb haar toen een ticket gegeven. Daar stond natuurlijk al het woord ‘gay’ op. Ze zat trots in de zaal foto’s te maken. Achteraf zei ze dat ze vond dat er mooi gezongen werd. Verder heb ik niets gezegd en zij ook niet - dat is wat ik bedoel met ‘wederzijds begrip’. Mijn moeder is 75, ze is van een andere generatie. Maar ze is universitair geschoold, dus ze snapt ongetwijfeld hoe het zit. Mijn vader wist het denk ik ook wel. Ik bracht mijn vriendjes gewoon mee naar huis, als gewone vriend. Een meisje heb ik nooit mee naar huis genomen.”

“Mensen zijn in Nederland meer op zichzelf”

Rond de fetisj-scene bespeurt Bryan in zijn thuisland nog veel geheimhouding. “Wanneer rubbermensen op de foto gaan, zelfs op groepsfoto’s met Pride bijvoorbeeld, worden vaak hun gezichten geblurd. Binnen de scene wordt gevraagd de beelden niet te delen zonder expliciete toestemming van de geportretteerden. Je komt in Taiwan de rubberscene alleen in wanneer je de juiste connecties hebt. De feestjes zijn vaak privé en op uitnodiging. Er zijn wel publiek toegankelijke feestjes, maar heel anders dan in Amsterdam, bijvoorbeeld zonder darkroom.”

Bryan werd in 2017 ook actief in de Taiwanese rubberscene nadat een bekende uit het land hem uitnodigde om er samen Pride te vieren. “Ook andere mensen uit de internationale rubberscene kwamen mee, uit Zwitserland en Polen bijvoorbeeld. Dat was geweldig, maar in Nederland voelt het anders. Hier kun je doen wat je wil doen en zorgeloos genieten.” 

Nederland heeft hem niet álles gebracht waarop hij had gehoopt, zegt hij desgevraagd. Hij had graag een relatie gewild. Bryan is nu twintig jaar vrijgezel. “In die twintig jaar heb ik wél geleerd dat de belangrijkste relatie die met mezelf is.” Met een lach: “Dat heb ik van Sex and the City. Maar het is natuurlijk wel waar. Ik ben tevreden met mezelf. Ik ben niet actief op zoek naar een vriend. Ik ben druk met werk, schrijf daarnaast gay romance-boeken die ik in eigen beheer uitbreng en treed geregeld op met Gay Men’s Chorus. Er gaat al tijd genoeg zitten in het van buiten leren van de songteksten.” In het koor heeft hij veel vrienden gemaakt, zegt hij. “Ik kan wel zeggen dat het mijn belangrijkste sociale kring is op dit moment.”

“Ik vind Nederlanders wel stugger”, vervolgt hij. “Tegen Taiwanese vrienden zeg ik weleens: Nederlanders wonen allemaal in hun eigen kasteel. De muren zijn van glas, je kunt recht naar binnen kijken, maar de kasteelbrug is omhooggehaald en de ingang onbereikbaar. Mensen zijn meer op zichzelf. Hier noem je niet zo snel iemand een vriend. In mijn thuisland gaat vrienden maken sneller: als je daar een goed gesprek met elkaar hebt gevoerd, is het niet gek om elkaar zo te beschouwen. In Nederland ben je dan hooguit een kennis.”

Maakt dat het lastiger om een relatie te vinden? Nee, lacht Bryan: na 24 jaar woont hij zelf ook in een kasteel.

<<English interview>>

Bryan (1974) moved from Taiwan to the Netherlands in 2002. In both his home country and in Amsterdam, he is very active in the rubber scene.

“In Taiwanese culture, you don’t ask questions that you don’t want the answer to.”

His homeland of Taiwan has changed significantly since Bryan Tsai moved to the Netherlands a quarter of a century ago. In 2003, the first Taiwanese Pride took place; in 2019, marriage was opened to same-sex couples - before any other Asian country had done so. Yet the difference with the Netherlands is substantial, Bryan says. Especially in terms of openness and how people interact with one another. People have become more accepting, but there is still much that remains unsaid.

The local rubber scene, for instance. It is a lot less public than in Amsterdam. Bryan has been a part of it there for nearly ten years. In the Netherlands, that has been the case for much longer.

At the age of 26, he moved from Taiwan to England to pursue a master’s degree in Organisational Behaviour. It was common to go from Taiwan to study in England or the US; parents often encouraged their children to do so because of the unstable relationship between Taiwan and China, he says. The idea is often to build a life there. “I intended to stay in the United Kingdom, but after a year I went back to Taiwan because my work visa didn't come through in time. Once home, I was offered a job at a Taiwanese company in the Netherlands that was looking for an accountant.”

In moving here, Bryan made a small miscalculation: he hadn't looked up where the company was located in the Netherlands. It turned out to be in Emmen, in the province of Drenthe. Laughing: “A huge difference from the size and hustle of Taipei, where I lived. Even Amsterdam is a village compared to Taipei. Fortunately, my studies in Great Britain were in rural Lancaster, so I had grown accustomed to a quieter environment by then. I thought: I'll give it two or three years. In the end, I stayed in Emmen for eight years.”

'Gay desert’
After that period, Bryan was ready for a new step and requested a transfer. He ended up working in Nieuwegein and moved to Amsterdam in early 2010. “I was commuting for at least an hour every day, back and forth. Yet I worked there for eight years too. After that, I got lucky because the office relocated from Nieuwegein to Amsterdam. In 2022, I quit that job after twenty years, but I still work in accounting and HR.”

Bryan calls Emmen a ‘gay desert’. “I don’t know what it’s like now, but in the 2000s, it felt to me like there were very few other queer people living there,” he says. “Fortunately, I did make friends there, partly through the website Gaydar, but there wasn't a large, bustling community like here. Some friends came from Groningen or Amsterdam, but it was someone from Emmen who introduced me to the rubber scene.” That happened very casually, Bryan says: “He suggested that I could give it a try, that I might like it. I had told him that I had tried bondage before, so he knew I was open to fetish gear.”

What I like most about rubber is that it fits so tightly”

Bryan went to investigate. “I was quite curious about it, but of course, I didn't have any rubber clothing at home. I looked online for others who were interested in this, and that's how I arranged to meet a man in The Hague. He said I could try on his rubber: a blue top and a pair of short shorts the size of boxer shorts. I was instantly hooked. I kept his clothes on that night and stayed awake almost the entire night. I didn't see him much after that, but not long after, I bought my own rubber gear.”

It cost him a pretty penny. “For a full suit, you pay three to four hundred euros. At the time, I bought smaller items of clothing because it was easier to change at a party that way - those one-piece suits are tricky to put on. Otherwise, I would have had to sit on the train from Emmen to Amsterdam in my rubber outfit. Many parties took place here, though I also went to Deventer sometimes, for example. Usually, I took the first train back in the morning.”

Soon, Bryan was going to about two parties a month - the rubber scene is quite active, he says. By now, he has been in it for about 22 years. “What I like most about rubber is that it fits so tightly. It feels like a second skin. It’s also soft and nice to touch. Many people lubricate it with cream so it looks shinier.”

“People from the scene are often easygoing. It is very intimate. And often friendly rather than sexual. Sometimes it’s more about touching and hugging each other than about sex.”

In rubber on Instagram
In the beginning, he wasn't as open as he is about it now. “At first, I didn't really talk about it unless someone explicitly asked. In the early years, I lived with a colleague: he knew I was gay, but nothing about my fetish. When I had already been in the scene for years, I started posting photos about it on Instagram. In 2019, I was asked to be a jury member for the Mr. International Rubber competition in Chicago, and I shared that online too. Colleagues brought it up on their own during a work trip and were very relaxed and free of judgment. From that moment on, I knew: I don’t have to hide this part of myself from anyone.”

He never considered making his Instagram profile private or starting a second account for his fetish photos. “My bosses have never brought it up. I think they don’t care what I do in my free time. As long as I finish my work on time.”

Family members from Taiwan can also see the photos. “In Taiwan, it works differently than here: family members know about me, but I don’t have to bring it up. Call it a kind of mutual understanding. Before marriage between same-sex couples was legalized, Taiwan was still quite conservative. It was fairly common for homosexual people to continue living with their parents - many parents understood the situation and tolerated it, as long as it wasn't explicitly named. At the first Pride, many participants wore masks so their family or employer wouldn't know they were queer.”

In his own way, Bryan has let his family know he is into men - first to his sister and, after his father passed away two years ago, to his mother. “She came to live with me in Amsterdam for three months. During that period, I performed with the Amsterdam Gay Men’s Chorus, which I am a member of. I gave her a ticket. Of course, the word 'gay' was already on it. She sat in the audience, proudly taking pictures. Afterward, she said she thought the singing was beautiful. Other than that, I didn't say anything and neither did she - that's what I mean by 'mutual understanding'. My mother is 75; she is from a different generation. But she is university-educated, so she undoubtedly understands the situation. I think my father knew too. I just brought my boyfriends home as regular friends. I never brought a girl home.”

“Dutch people keep to themselves more”

Around the fetish scene, Bryan still notices a lot of secrecy back in Taiwan. “When rubber people take pictures, even in group photos at Pride, for example, their faces are often blurred. Within the scene, people are asked not to share images without the explicit consent of those portrayed. In Taiwan, you only get into the rubber scene if you have the right connections. The parties are often private and by invitation only. There are publicly accessible parties, but they are very different from Amsterdam - without a darkroom, for instance.”

Bryan also became active in the Taiwanese rubber scene in 2017 after an acquaintance from the country invited him to celebrate Pride there together. “Other people from the international rubber scene came along too, from Switzerland and Poland, for example. That was amazing, but it feels different here. In the Netherlands, you can do what you want to do and enjoy yourself without a care.”

The Netherlands hasn't brought him everything he hoped for, he says when asked. He would have liked a relationship. Bryan has been single for twenty years now. “In those twenty years, I did learn that the most important relationship is the one with myself.” With a smile: “I got that from Sex and the City. But it’s true, of course. I am content with myself. I’m not actively looking for a boyfriend. I’m busy with work, I also write gay romance books that I self-publish, and I'm busy enough with the Gay Men’s Chorus, with which we perform regularly. Memorizing the song lyrics already takes up enough time.” He has made many friends in the chorus, he says. “I can certainly say it is my most important social circle at the moment.”

“I do find Dutch people a bit more stiff,” he continues. “I sometimes say to Taiwanese friends: Dutch people all live in their own castle. The walls are made of glass, you can look straight inside, but the drawbridge is pulled up and the entrance is inaccessible. People keep to themselves more. Here, you don’t call someone a friend so quickly. In my home country, making friends happens faster: if you’ve had a good conversation there, it’s not unusual to consider each other as such. In the Netherlands, you’re an acquaintance at most.”

Does that make it harder to find a relationship? No, Bryan says laughingly: after 24 years, he lives in a castle himself.